![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
| Zoon van Maria? Zoon van God? | |||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Preek van Pastoor Remco Robinson, 4e zondag van de Advent Jezus, de Zoon van Maria? Afgelopen donderdag was ik in de studio van de NMO, de Nederlandse Moslim Omroep. Ik was vanwege mijn promotieonderzoek gevraagd om mee te praten een programma rond de betekenis van Kerstmis in Nederland. Het ging er vooral om dat steeds minder Nederlanders Kerstmis als de geboorte van Jezus vieren. Het werd verbonden met de ontkerkelijking en ze vroegen zich af of dit een probleem was voor alle religies, dus ook de Islam. Als u geïnteresseerd bent, kunt u het dinsdag 23 december zien. Het programma heet In Focus. Maar opvallend was bij de schriftelijke uitnodiging de toelichting bij Kerstmis: Dan vieren de christenen de geboorte van Jezus, Zoon van Maria. Ik dacht bij mijzelf: dat is nu juist niet was wij vieren. Wij vieren de geboorte van de Zoon van God, de Messias, Jezus Christus. Juist hier lopen natuurlijk het geloof van de moslims en de christenen uiteen. Moslims zien Jezus als profeet net als de Joden. Christenen zien in Hem de Zoon van God. Zoon van God? Als ik zeg dat christenen dat geloven, dan moet ik direct opmerken dat natuurlijk niet alle christenen dat geloven. Voor veel christenen is Jezus een mens en blijft Hij dat ook. Hij is een belangrijke mens, een speciale profeet, misschien wel de profeet bij uitstek, maar de Zoon van God, in wie God incarneert, mens wordt? Voor hindoes is dat geen probleem, die kennen wel meer incarnaties van de goden, maar voor Christenen, Joden en moslims is het veel moeilijker te geloven. Er zijn in de wetenschappelijke en later ook populaire theologie verschillende boeken over Jezus geschreven en de vraag naar zijn goddelijkheid wordt altijd gesteld. De meeste moderne theologen zullen het niet meer beamen zoals de schrijvers van onze geloofsbelijdenis: God van God, licht van licht, ware God van de ware God. Dat alles was geschreven om vooral maar te beklemtonen dat Jezus net zo God was als God de Vader, want zo schrijft Athanasius: Wat niet werd aangenomen door God, kon ook niet verlost worden. Voor de schrijvers van de geloofsbelijdenissen kan de mens niet verlost worden als Jezus niet mens werd. Daarmee is voor ons, christenen van vandaag, het probleem niet opgelost. Zeker, omdat het voor ons niet zo duidelijk is wat de verlossing betekent. Daarmee blijft onze vraag: Wat betekent het nu dat we Jezus de Zoon van God noemen? De Messiaanse verwachting De lezingen van vandaag hebben één ding duidelijk gemeen: Het gaat om een nakomeling van David, die erfgenaam is van het koninkrijk en die altijd op Gods steun mag rekenen. In de eerste lezing horen we David, die voor God een tempel wil bouwen. Hij woont zelf in een paleis en meent dat het ongepast is dat de Ark van het verbond in een tent verblijft. Hij vraagt toestemming aan de profeet Natan en die geeft hem in eerste instantie toestemming. Maar, en dan begint onze lezing, krijgt de profeet een droom. God zegt dat Hij nooit in een huis heeft gewoond. God Hij is met het volk meegetrokken. Nooit heeft Hij om een huis gevraagd. De profeet moet aan David zeggen dat God hem tot koning heeft aangesteld en dat Hij David een huis zal geven. Hierbij speelt God met het woord huis. Huis betekent namelijk niet alleen woning, maar ook geslacht of dynastie. Zijn zoon zal een tempel bouwen voor God. Terwijl dus de koning een prestigieuze tempel voor God wil bouwen, geeft God David een dynastie en van die dynastie zal God niet wijken. Hij zal hem straffen als hij niet luistert, maar nooit helemaal laten vallen zoals bij Saul, de voorloper van David. Oorspronkelijk had deze profetie helemaal betrekking op David en zijn nakomelingen. We weten dat zijn zoon Salomo de tempel heeft gebouwd. Toch weten we ook dat de hand van God wél is geweken van het Davidische koningshuis. Volgens de boeken Koningen en Kronieken is door de zondigheid van de koningen en het volk het koninkrijk verdeeld geraakt in Israël en Juda. Israël werd onder de voet gelopen door de Assyriërs, Juda door de Babyloniërs. De belofte van God aan David zoals die in de eerste lezing klinkt, wordt dus niet waar gemaakt. De frustratie hierover hebben we bezongen in psalm 89. Maar al in het boek Kronieken wordt de belofte aan David anders ingevuld. Het wordt een Messiaanse belofte. Het gaat niet langer om de directe nakomelingen van koning David, maar om een nieuwe koning die eens het koninkrijk van Israël én Juda zal herstellen. Ten tijde van Jezus leefde deze interpretatie van de belofte aan David heel sterk samen met andere passages uit het Oude Testament zoals de Immanuëlvoorspelling uit de profetie van Jesaja. Zo ontstond de verwachting van de Messias. In Jezus herkende men deze Messias. Wanneer de blinde Bartimeüs Jezus roept, zegt hij: “Jezus, Zoon van David, heb medelijden.” Dat hij Jezus Zoon van David noemt, is geen beschrijving, maar een belijdenis. Hij zegt: Ik zie in U de Messias. Datzelfde schrijven Paulus en Matteüs in de tweede lezing van vandaag en het evangelie. Paulus noemt Jezus ‘een mens uit het nageslacht van David. Matteüs vertelt hoe Jozef de vader wordt van Jezus, hoewel hij niet de biologische vader is. Er is al veel gespeculeerd over de verwekking van Jezus. Men heeft wel eens geopperd dat hij voortkwam uit een verkrachting door een Romeinse soldaat of dat er sprake is van een verwekking door een tempeldienaar, wat in de heidense cultuur om Palestina heen gebruikelijk was. Zo’n kind werd dan gezien als een kind van goden. De christelijke traditie zegt dat Hij voortkomt uit de heilige Geest. Het heeft natuurlijk weinig zin om te gaan speculeren hoe het historisch precies is gegaan. Waar het voor ons om gaat, is wat er mee bedoeld wordt. In Jezus gaat het erom dat een men wordt geïndentificeerd als Messias. Deze is de vervulling van de belofte aan koning David zoals we dat lezen in het tweede boek Samuël. Hij is de mensenzoon uit het boek Daniel en de Immanuel en de lijdende dienstknecht uit de profetie van Jesaja,. Bovendien voegt het evangelie nog een naam toe: Jezus, Jeshua oftewel God redt. De Messiaanse belofte Jezus wordt dus beleden als de Messias en in die zin is Hij de Zoon van God. Hij is dus degene die het koninkrijk van David herstelt. Dit was belangrijk voor de Joden van Jezus’ tijd. Tegelijkertijd weten we dat de meeste Joden Jezus niet als de Messias zagen en het christendom voor een niet-Joodse stroming is geworden. Wat betekent dan Zijn Messiasschap, het herstel van het koninkrijk van David. Het gaat in Jezus niet om een aards koningschap zoals David dat uitvoerde met een eigen politiek, leger en structuur. Jezus verkondigde het koninkrijk niet als een politieke bevrijding, maar als een sociale en religieuze. Hij noemde het het koninkrijk der hemelen en dat legde Hij uit met vele gelijkenissen. Het koninkrijk der hemelen werd volgens Jezus niet met een opstand of een legermacht bereikt, maar door het direct gestalte te geven, door het te doen. Dat deed Hij ons voor door gemeenschappen van mensen te vormen. Temidden van de Romeinse onderdrukking trok Hij rond en vertelde over Gods liefde, bracht mensen bij elkaar en vertelde ze hoe ze in overeenstemming met de wil van God konden leven. Wanneer mensen dat doen, ontstaat ter plekke Gods koninkrijk en wordt de belofte aan koning David vervuld. De kerk Jezus’ werk van gemeenschap vormen, Gods liefde met anderen beleven
in naastenliefde heeft Hij door Zijn apostelen laten voortzetten en wij
geloven dat daaruit de kerk is voortgekomen. Ook al is dat een institutionele
kerk geworden met scheuringen, onderdrukking en eigen belangen. Op onze
parochiedag kwam naar voren hoe vluchtig onze kerkgemeenschap is. Je beleeft
het op zondag en daarna is het weg. Toch kan de kerk die messiaanse belofte
waarmaken, iedere keer als zij mensen samenbrengt in Jezus’ Naam
en we de liefde van God delen. Dat proberen wij door er voor elkaar te
zijn en vooral op ochtenden als deze, wanneer we in Zijn Naam samenkomen
en Gods liefde in de vorm van Zijn Woord en brood en wijn delen. Laat
dan ook onder ons dat koninkrijk der hemelen ontstaan. |
||