![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
| De weg die Jezus aanbiedt, is niet zwaar. | |||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Mijn juk is zacht, mijn last is licht Preek van pastoor Remco Robinson Verlegenheid In gesprek met baptisten en pinkstermensen raak ik altijd wat in verlegenheid als het gaat om geloofszaken en bijbelinterpretatie. Niet alleen lijken zij de Bijbel beter te kennen dan ik, maar de manier waarop zij met de Bijbel en geloofszaken omgaan is zo eenvoudig en direct, maar tegelijkertijd zo vol overtuiging dat ik me klein voel worden. Maar tegelijkertijd kom ik in verzet, omdat ik er diep van overtuigd ben, dat het allemaal niet zo eenvoudig is. Het is de geloofsovertuiging die van mij respect vraagt, maar de rechtlijnige interpretatie roept bij mij verzet op. Maken we het niet moeilijker dan nodig is? Maar is geloof wel zo’n moeilijke zaak? Maak ik het zelf niet moeilijker dan het is om mezelf te rechtvaardigen, om mijn mindere bijbelkennis te compenseren of om mijn positie te redden? Is het niet vaak wishful thinking, het kromme recht praten? Als er staat dat je niet mag doden, dan mag euthanasie niet, als er staat dat homoseksuelen een gruwel zijn voor de Heer, dan is dat nu eenmaal zo. Als er staat dat seks voor of buiten het huwelijk hoererij is, dan is dat duidelijk. Praten wij dan het voor ons kromme niet recht? Iedere gelovige kan het toch begrijpen? Zeker als we het evangelie van vandaag horen: ‘Ik loof u, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat u deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt gehouden, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld.’ Betekent dat dan niet dat deze baptisten en pinkstermensen gelijk hebben? Het is eenvoudig, het staat zo in de bijbel, we hoeven het alleen maar te geloven en gelovig te aanvaarden. Hebben we al die pastores, kerken en theologen wel nodig? Kritiek op religieuze leiders De lezingen van vandaag waarschuwen tegen religieuze leiders die het geloof moeilijker maken dan nodig is, die hun positie tot machtsposities maken en mensen afhankelijk maken. De profeet Zacharia verkondigt dat er een nieuwe koning zal komen. Dat doet hij in een tijd dat dit totaal niet realistisch is. Het volk is teruggekeerd uit de Babylonische ballingschap, de tempel en Jeruzalem zijn herbouwd. Israël is een onderdeel van het rijk van Alexander de Grote en wordt bestuurd door hogepriesters. De tempel is een nieuw machtscentrum geworden dat weinig de belangen van het volk behartigt, maar in de hogepriesters een nieuwe overheerser hebben. Dan verkondigt Zacharia de komst van een koning op een ezel. Het si een terugverwijzing naar de zalving van Salomo. De koningen drukten daarmee hun nederigheid ten aanzien van het volk uit. Dat was iets anders dan koningen te paard. Het paard stond symbool voor de krijgsheren die overwonnen volkeren onderdrukken. Juist de strijdwagens moeten verdwijnen samen met het andere oorlogstuig. De nieuwe koning zal nederig zijn en gerechtigheid en vrijheid brengen. In plaats van de overheersing door de priester-kaste verkondigt Zacharia dus een messiaanse koning. In het evangelie gaat Jezus ook in tegen de heersende religieuze elite. Jezus bedoelt met de wijzen en de verstandigen de religieuze leiders van zijn tijd, met name de schriftgeleerden en farizeeën, die niet op zijn boodschap ingaan. Zij zijn het die naast de Wet van Mozes allerlei bepalingen hebben gemaakt, het hek om de Tora. Deze regels waren om mensen te beschermen tegen het per ongeluk zondigen, maar ook versterkten ze hun positie als religieuze elite. Het was een strenge en nauwe interpretatie van de Wet. Jezus wijst deze nauwe interpretatie van de hand en leert dat mensen naar de geest van de Wet moeten leven. Soms worden regels beter gevolgd door ze in de letterlijke zin te overtreden, maar daardoor juist te handelen volgens de bedoeling van de Wet. Het zijn daarentegen de gewone mensen, die niet kunnen voldoen aan het juk van de Tora zoals de religieuze leiders dat hebben bepaald, die wel zijn boodschap aannemen. Het juk van Jezus daarentegen is zacht. De religieuze weg die Jezus wijst is juist die van de geest van de Wet. Hij interpreteert de regels niet streng, maakt het niet zwaarder dan er staat om in elk geval maar aan de regels te kunnen voldoen. Zo sluit je de mensen die daaraan niet kunenn voldoen immers uit. Jezus interpreteert de regels ruim en probeert mensen naar de bedoeling van de Wet te laten leven. Hij maakt het voor alle mensen mogelijk om te leven naar Gods wil. De bevrijding van de reformatie Niet alleen de Farizeeën en Schriftgeleerden versterkten hun positie als religieuze leiders. Met name de katholieke traditie heeft hier een handje van gehad. De katholieke kerk bepaalde de leer, haar priesters vierden de sacramenten en het volk was er afhankelijk van. Leken mochten niet zelf de Bijbel lezen en de liturgische boeken mochten niet vertaald worden in de volkstaal, omdat het heilige der heilige niet voor het gewone volk toegankelijk mocht worden. Het was voor die kerk een grote klap toen de reformatoren verkondigden dat iedereen de Bijbel moest lezen, dat iedere gedoopte de heilige Geest kon krijgen om Gods Woord uit te leggen en dat de geestelijkheid wel afgeschaft kon worden. De leiding van de kerk kwam in handen van de kerkenraad, die bestond uit gewone gelovigen. De voorganger werd de predikant, iemand die gestudeerd had en het volk voorging in de dienst en de lering. Daarom droeg de predikant ook de universitaire toga en niet meer de priestertoog die de geestelijken afscheidde van het gewone volk. Is het dan zo gemakkelijk? Toch kiest de Oud-Katholieke Kerk voor gewijde ambtsdragers en van haar pastoors vraagt ze zelfs een universitaire studie. Maakt onze kerk het daarmee niet allemaal te moeilijk, ontoegankelijk voor het gewone volk dat geen theologie heeft gestudeerd en dat niet gewijd is? Nu zal de Oud-Katholieke Kerk ook niet helemaal vrij zijn van bescherming van machtsposities, maar over het algemeen mogen we toch zeggen dat zij probeert te voorkomen dat haar pastores een exclusieve, religieuze elite is. Iedereen mag immers de Bijbel lezen en de viering is in de volkstaal. Ook probeert ze leken een plek te geven in haar bestuur. Priesters zijn wel gewijd, maar geen intermediair tussen de mensen en God. Ook de Oud-Katholieke priester is meer een voorganger dan een lid van een religieuze elite. Zij kiest wel voor academische en gewijde pastores, omdat dit past bij de traditie, maar ook omdat het eenzijdig weglaten van deze pastores lang niet altijd tot vrijheid heeft geleid. Wanneer iedereen de Bijbel mag uitleggen, dan kom je niet verder dan een letterlijke interpretatie en het napraten van wat gangbaar is binnen de gemeente. Wanneer u het boek van Siebelink, Knielen op een bed violen leest, dan ziet u wat wildgroei in Bijbelinterpretatie kan opleveren. Vaak is de letterlijke interpretatie strenger en knechtender dan een interpretatie die wat meer studie heeft gevraagd en zo meer recht doet aan de tekst. Dan worden de nuances duidelijk. Wanneer we weten voor wie de betreffende tekst geschreven is en wanneer, dan begrijpen we veel beter wat de tekst voor ons kan betekenen. Overigens is de officiële kerkelijke verkondiging in de reformatorische kerken wel voorbehouden aan predikanten, die opgeleid zijn en beroepen door de gemeente. Dat geldt ook voor de baptistengemeente. Het evangelie maakt je vrij Als kerk moeten we er voor waken dat we een religieuze elite laten ontstaan uit onze pastores en gewijde ambtsdragers. Aan de andere kant moeten we zorgvuldig met de Bijbel, de liturgie en ons geloof omgaan. Vast moeten staan dat ons geloof ons bevrijdt, dat kerk zijn een manier van leven is dat bijdraagt aan de zin en het geluk van je leven en dat onze doop nooit tot onderdrukking mag leiden. Jezus’ juk is zacht en zijn last is licht. Onze religieuze regels zijn er om ons in contact te brengen met God en van daaruit een leven te leiden als Zijn kinderen. We zijn door Jezus erfgenamen van Gods koninkrijk en alleen regels en structuren die daartoe bijdragen, passen in onze kerk. Opnieuw in gesprek Verlegenheid en nederigheid in het gesprek met andere christenen is goed. Respect voor hun sterke geloofsovertuiging moeten we bewaren, maar we mogen ons ook realiseren dat we een eigen opdracht hebben, namelijk binnen dit gesprek te pleiten om recht te doen aan de Bijbel en de traditie, om Jezus’ bevrijdende boodschap centraal te stellen en steeds weer vanuit Zijn Geest, de geest van ons geloof te leven. Dat is een levensweg die mensen niet uitsluit, maar hen uitnodigt om met ons Gods kinderen te zijn en te delen in Zijn koninkrijk.
|
||