![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
| De zaaier | |||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Geen timmerman, maar boer Is het niet opvallend dat Jezus veel beelden uit het boerenbedrijf gebruikt? Je zou toch verwachten dat de zoon van een timmerman wat meer beelden uit de wereld van de ambachten zou gebruiken. Dat is toch de wereld die hij het beste kent. Waarom dat beelden uit de landbouw of op andere plaatsen in het evangelie uit de veeteelt? Misschien heeft het te maken met het feit dat de wereld van de landbouw en de veeteelt altijd een moment van loslaten heeft. Ambachtslieden hebben grondstoffen nodig, maar het is hun eigen vaardigheid die het resultaat bepaalt. Een goede timmerman heeft de mogelijkheid om iets goeds en moois te maken in eigen hand. Een boer niet. Je kunt als boer wel ploegen, zaaien en begieten, maar wat de oogst wordt, is altijd weer de vraag. Datzelfde geldt voor de veeteelt. Je kunt van alles proberen, maar uiteindelijk kun je de groei van je veestapel niet afdwingen, zeker in Jezus’ tijd niet. Niemand anders dan de boer weet dat het leven niet volledig te beheersen is. Daar komt bij dat boeren zorgen voor wat je direct nodig hebt om van te leven: voedsel. Zonder meubels kunnen we wel, maar zonder landbouw- en veeteelt producten wordt leven veel moeilijker. Dat zegt iets over de boodschap van Jezus. Het is iets ongrijpbaars en tegelijkertijd vervult het een directe levensbehoefte. Jezus zegt niet voor niets: ‘De mens leeft niet van brood alleen, maar van alles wat uit de mond van God voortkomt.’ Geloven is moeilijk Toch blijkt wat uit de mond van God voortkomt niet zo gemakkelijk te zijn. De profeet Jesaja geeft in de eerste lezing al aan hoe onvoorstelbaar Gods goedheid is. Hij spreekt de ballingen toe. In hun ervaring is de ballingschap een telen dat God hen verworpen heeft, omdat ze gezondigd hebben. Jesaja geeft hun weer hoop: De mensen moeten weer proberen met God in contact te komen, nu Hij nabij is. Ze moeten zich nu bekeren en dat gebeurt het onvoorstelbare: God zal hen vergeven wat ze verkeerd gedaan hebben. Het is onvoorstelbaar, maar God redeneert nu eenmaal niet zoals mensen. De ballingen zijn dus niet geheel verworpen, maar ze mogen op het woord van de profeet vertrouwen. Ze zullen weer mogen terugkeren naar hun eigen land. Onvoorstelbaar en onberekenbaar Net zo onvoorstelbaar als de vergeving en terugkeer van de ballingen, is het aanbreken van het koninkrijk van God. Zeker als je al bedenkt dat Jezus met zijn woorden impliceert dat het koninkrijk al aan het komen is. Het is al aan de gang. Maar waarom merken we het dan niet? Een vraag die de mensen toen stelden en die wij net zo goed mogen stellen. Waarom merken we niet dat Gods koninkrijk met Jezus’ komst is aangebroken? Jezus gaat op deze vraag in met gelijkenissen over zijn Woord. In feite gaat het hier net zo goed over wat Jezus verkondigt als wie Jezus is en wat het effect van zijn komst is. Het feit dat Jezus Gods koninkrijk verkondigt heeft niet een direct zichtbaar effect. Jezus’ prediking heeft geen effect zoals het aansteken van een kaars. Het is meer zoals het zaaien van zaad. De woorden van Jezus zijn wel betrouwbaar, maar de mensen die Jezus ontmoeten en zijn boodschap horen zijn lang niet altijd ontvankelijk. Hij beschrijft dan vier groepen: De eerste groep is als het zaad dat op de weg valt en door vogels wordt opgegeten. Zij zijn de christenen die het woord niet begrijpen. Het kwaad rooft wat in hun hart gezaaid is. De tweede groep is als het zaad dat op rotsgrond valt. Zij zijn degenen die het woord in blijdschap aannemen, maar het schiet geen wortel en als ze het moeilijk krijgen, dan houden ze niet stand. De derde groep is als het zaad dat tussen de distels valt. Zij zijn de mensen die het woord horen, maar die zo door het dagelijkse leven en de hang naar het materiële in beslag worden genomen, dat het zonder vrucht blijft. De laatste groep christenen is als zaad dat in een vruchtbare akker valt. Zij brengen tot honderdvoudig vruchten voort.
We zouden misschien wel willen zijn zoals de vruchtbare akker, maar hoe?
Klein geloof Vaak speelt ons geloof maar een kleine rol in ons leven. Het is misschien een vaag bewustzijn dat er iets is tussen hemel en aarde, een soort basis eis dat we goed moeten zijn voor anderen of een algemeen vertrouwen in het leven. Dit zijn allemaal belangrijke dingen, maar de vraag is of het voldoende is om vanuit te leven. Zolang ons geloof alleen maar op de achtergrond blijft of een plekje in onze agenda – de kerkdienst op zondag en dan misschien slechts enkele keren per jaar – dan zal het ons niet veel baten, wanneer het leven moeilijk wordt. Dan wordt het nooit echt vruchtbaar. Laten we ons daarentegen inspireren door het geloof, maken we het evangelie tot een uitdaging, een nieuwe kijk op het leven, dan kunnen we merken dat we omgevormd worden. Dan krijgen de dingen in het leven een andere betekenis en waarde. Dan verandert een vaag vertrouwen in een dagelijks contact met God, een duidelijk je gedragen weten door die God. Dan gaan andere dingen de moeite waard worden om voor te leven en kunnen we een verbondenheid ervaren tussen andere mensen en al het andere leven in onze wereld. Kortom, dan treden we in de voetsporen van Jezus. Zelfs als deze weg ons naar de dood, een kruisdood leidt, dan nog kunnen we ons leven in zijn handen geven in vertrouwen op de verrijzenis. Hoe dan? Op deze manier leven is mogelijk, maar niet gemakkelijk, zeker niet in deze tijd. Vroeger bood de cultuur allerlei manieren om gelovig te leven. De hele samenleving was geloviger. Nu zullen we zelf die richting moeten zoeken. Dat gaat niet zo maar en niet zonder offers. Net zoals een atleet niet zonder trainen kan, zo zullen ook wij dagelijks moeten oefenen, door de stilte op te zoeken, de Bijbel te lezen en te bidden. Ook moeten we mensen anders moeten benaderen. De schrijver Wil Derkse geeft in zij boekje ‘Een leefregel voor beginners,’ een paar mooie voorbeelden. Zoals de monnik iedere gast die aan de poort klopt met ‘Deo gratias’ moet begroeten, omdat hij dankbaar is dat hij in de gast Christus mag ontvangen, zo kunnen wij in stilte God danken voor iedereen die een beroep op ons doet, omdat we dan iets voor een ander kunnen betekenen. Lees, luister of kijk voor het slapen gaan iets inspirerends in plaats naar het zoveelste tv-programma. Dank God iedere dag voor wat je hebt mogen doen, meemaken en wie je hebt mogen ontmoeten. Het is een groeiproces, maar als we eraan willen werken, kan ons geloof steeds vruchtbaarder worden in ons leven. Een gezegend leven Gods Woord is getrouw. Het is aan het werk en het koninkrijk van God breekt al aan. We kunnen dat merken als we ervoor open staan, zijn als een vruchtbare akker, waarin Gods blijde boodschap gezaaid kan worden. Ons leven kan dan vruchtbaar worden. Geïnspireerd door het evangelie, de schoonheid in de wereld en het contact met andere mensen, kan ons leven tot bloei komen. Dan zijn we gezegend en leven we nu al in Gods koninkrijk.
|
||