![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
| Willibrordus | |||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Preek van pastoor Remco Robinson, 4 november 2007 Geloven betekent wat je is overgeleverd je eigen maken, iedere keer opnieuw Waarom roept God pastores nooit naar een kleinere parochie/gemeente? Zoals u misschien weet, zijn er pastores, voornamelijk uit de protestantse kerken die niet zoals bij ons door hun bisschop ergens naartoe gezonden worden, maar die hun zending ontvangen van de heilige Geest. Een kritisch kerkeraadslid merkte eens op: Het is toch frappant dat predikanten altijd naar grotere gemeentes geroepen worden. Ook in onze kerk leeft de gewoonte om beginnende pastores naar kleinere parochies te sturen. Je komt alleen een grotere parochie binnen als assisterend pastoor. Nou moet u niet denken dat ik liever een grotere parochie had gehad, maar het is de vraag welke gedachte hierachter zit. Meent men dat het gemakkelijker is om een kleine parochie te leiden dan een grotere? Er gebeurt misschien minder en op een kleinere schaal in een kleine parochie, maar of dat het een beginnende pastoor gemakkelijker maakt, is de vraag. Je zou ook kunnen denken dat de ervaren pastoor in een grotere parochie zijn bedje gespreid vindt. Misschien heeft het wel te doen met de schade die een beginneling kan berokkenen. Wellicht is deze wat kleiner in een kleine parochie.
Hoe het ook zij, Sint-Willibrord vond zijn bedje zeker niet gespreid toen hij vanuit Noord-Engeland naar de Nederlanden trok om daar rond te trekken, te verkondigen en de kerk op te bouwen. Onze Oud-katholieke kerk presenteert zich als de rechtstreekse voortzetting van de kerk die Willibrord heeft gesticht. Geloof is als een talent, een schat aan je toevertrouwd. Maar hoe maak
je dat vruchtbaar, als Oud-katholieke kerk, als parochie als individu? Dat hangt af van de manier waarop we met onze erfenis omgaan. Hier wordt het evangelie van vandaag erg relevant. Veel commentaren geven aan dat de talenten die de drie knechten krijgen, staan voor cappaciteiten, letterlijk onze talenten die God ons gegeven heeft. Hoe zet je die in voor de meester, voor God? We mogen ook ons geloof dat we ontvangen hebben als een talent zien. Een talent dat niet in cijfers of geldelijke waarde is uit te drukken, maar dat nietemin wel een genadegave van God is. En daar sta je dan als knecht met je talent. Wat ga je ermee doen? Hoe ga je het vruchtbaar maken. Dat is een vraag waar we als kerk voor staan, als parochie, maar ook als individu. Geloven is aannemen wat je leert, interpreteren/vertalen en verkondigen. We kunnen natuurlijk de houding van de derde knecht aannemen. Het geloof conserveren, goed bewaren zodat we straks aan de meester kunnen zeggen dat we als kerk in elk geval precies zo gebleven zijn als toen we gesticht waren. We geven de Heer precies terug wat Hij ons gegeven heeft. Onze naam, Oud-katholieke kerk met de oude, ongedeelde kerk van de eerste 10 eeuwen als maat, lijkt dat te suggereren. Wie dat denkt, komt bedrogen uit. Het conserveren van geloof qua inhoud of vorm komt natuurlijk bij iedere kerk wel in flarden voor. Er zijn altijd dingen wie we graag willen behouden. Er zijn altijd wel mensen die krampachtig iedere ontwikkeling willen tegenhouden uit angst iets van het originele talent te verliezen. Kijken we kritisch naar onze kerk, dan kunnen we in elk geval zeggen dat we dat niet hebben gedaan. De oude kerk is wel onze maat, maar dat betekent niet dat we op een statische wijze geloof en kerk in stand willen houden. We hebben door de eeuwen heen juist geprobeerd om de inhoud van ons geloof en de kerk te bewaren door ze vruchtbaar te maken in deze tijd. We hebben de inhoud vertaald naar deze tijd en uitgedragen. We hebben het risico om iets van waarde te verliezen genomen om naar de toekomst toe vruchten te plukken. Wat we te weinig hebben gedaan, is dat geïnterpreteerde en vertaalde geloof verkondigen. Te lang hebben we als kerk onze gelederen gesloten gehouden en elkaar verteld wat voor moois we geloven. Dat is iets waar we nu hard aan werken.
Maar geldt dat ook voor ons als parochie? Zeker, als we kijken naar het interieur van onze kerk en naar de liturgische gewaden, dan kunnen we zeggen dat we als kerk midden in deze tijd willen staan. Onze pastoors zijn altijd mensen geweest die op eigentijdse wijze het geloof hebben willen uitleggen. Maar hebben we als parochianen wel genoeg moeite daarvoor genomen. Hoeveel energie hebben we als parochie genomen voor geloofsverdieping, het eigen maken van ons geloof? In onze parochie wordt er geen catechese of geestelijke begeleiding voor volwassenen gegeven en naar ik weet is dat al lang het geval. Welke plaats neemt ons geloof in in ons leven? Menen dat we het al voldoende in de vingers hebben en vinden we het daarom niet nodig om verder te gaan om te groeien en geloof en spiritualiteit? Of komt het doordat we het ontvangen talent niet zo belangrijk vinden? Daarmee verschuiven we van parochie naar het individu. Hoe gaan we zelf om met dat talent, met het geloof dat we ontvangen hebben. Van onze ouders meestal, maar ook als een gave van God. Misschien nemen we niet eens de moeite om de talent te begraven en te conserveren, maar laten we het geloof in de hoek liggen als iets wat voorlopig althans niet relevant is. En mocht dat veranderen, dan is die kerk er toch wel. Als we eerlijk naar onszelf kijken als individuen en als parochie, dan schieten we te kort in onze aandacht voor het geloof, met name voor de groei in ons geloof. En dan hebben we het nog helemaal niet gehad over de verkondiging van dat eigen gemaakte geloof. Vaak hoor je mensen zeggen: Ik wil mensen best iets vertellen over Oud-katholiek zijn, maar ik weet niet wat ik moet vertellen. Komt dat niet, omdat we er te weinig mee doen? Het geloof, onze kerk ons te weinig eigen hebben gemaakt om er anderen over te kunnen vertellen? Bezinnen op wat ons geleerd wordt Ons christelijk geloof, onze kerk, ons Oud-katholiek zijn is iets wat we gekregen hebben. Iets wat ons door alle generaties voor ons is doorgegeven vanaf die monnik, Willibrord. Dat ons geloof ook mag leven is een genade van God. In feite hebben we hier alles wat we nodig hebben. We hoeven het alleen maar te doen. Dat doorgegeven geloof ons eigen maken, interpreteren en vertalen naar onze eigen woorden, gedachten en gevoelens. En daarna moeten we het verkondigen, op onze beurt weer doorgeven. Dat moeten we als parochie doen, elkaar steunend, inspirerend, bevragend, maar ook ieder voor zich zelf. Laat je raken door de rijkdom van ons geloof, door de hand van God zelf.
Sint-Willibrord is ooit bij de Friezen begonnen als Engelse monnik tussen
de heidense stammen. Nu zijn wij een klein groepje christenen, een nog
kleiner groepje Oud-katholieken met een geloof en kerkje dat de moeite
waard is. We zitten nu niet tussen de Friezen, maar wel tussen een grote
groep mensen die wel iets geloven, maar niet een weg tot dat iets vinden.
Met gevaar voor eigen leven ging Willibrord er op af. Misschien moeten
ook wij het comfort van ons gewoonte-geloof verlaten en op weg gaan. En
wie weet, kunnen we weer 14 eeuwen vooruit. |
||