![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
| Spijziging van de vijfduizend | |||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Preek van pastoor Remco Robinson Frauderende vissers Een stel vissers uit Urk werd eens aangehouden, omdat zij teveel vis zouden hebben gevangen. Ze hadden hun quotum ruimschoots overschreden. Hoewel zij inderdaad hun laadruim helemaal vol hadden zitten, claimden zij dat ze slechts twee vissen gevangen hadden, maar dat Jezus was verschenen en met wat broden aan het delen was geslagen. Was het maar waar Soms denk je: Was het maar waar. Was het maar zo dat we van vijf broden en twee vissen een menigte van 5000 konden voeden. Dan hadden we het wereldvoedselprobleem snel opgelost. Een van de argumenten tegen een letterlijke interpretatie van de wonderbare spijziging is dan ook dat het wel een heel sadistische God moet zijn, die in de eerste eeuw met vijf broden en twee vissen 5000 mensen voedt en bijna 2000 jaar later massa’s mensen van de honger laat sterven. Was zo’n wonder nou niet vandaag in de Derde Wereld mogelijk geweest? Waar gaat het verhaal over? Of het verhaal van de wonderbare spijziging letterlijk waar is en waarom God zoiets niet nog eens laat gebeuren, is eigenlijk geen goede vraag. dat wordt duidelijk als we wat dieper kijken naar de betekenis het verhaal. Eerste betekenis: de vervulling van het Messiaanse visioen In de tijd van Jezus leefden veel mensen in de verwachting van de Messias en het herstel van het Davidische koninkrijk. Zo lezen we bij de profeet Nehemia hoe God zijn volk bij de uittocht gevoed heeft met het hemelse brood, het manna. Toen het volk dreigde om te komen van de honger, zorgde God voor voedsel. bij de profeet Jesaja, die volegns andere leesroosters vandaag gelezen zou meten worden, lezen we: ‘Komt naar het water, gij allen die dorst lijdt! Ook gij die geen geld hebt, komt toch. Komt kopen, geniet zonder geld en zonder te betalen.’ Zoals de Hebreeën onder leiding van Mozes op weg gingen naar het land van melk en honing, zo wachtte het volk van Israël in Jezus’ tijd op een nieuwe bevrijder, de Messias, die hen zou laten leven in het beloofde land, vrij en in overvloed. Zoals het volk toen honger had en gevoed werd, zo wordt het nu weer gevoed door de nieuwe bevrijder. Het is deze verwachting die Jezus ter plekke vervult. De mensen zijn moe en hongerig en Jezus zorgt dat ze voldoende te eten krijgen, er is zelfs over, 12 manden vol, wat natuurlijk staat voor de 12 stammen van Israël, dus het hele volk. Tweede betekenis: vooruit wijzen naar de eucharistie Het verhaal van de wonderbare spijziging komt bij elk van de vier evangelisten voor, maar niet altijd met dezelfde woorden en getallen. Bij Matteüs valt op dat Jezus hetzelfde zegt en doet als tijdens het Laatste Avondmaal. Hij neemt het brood, spreekt de dankzegging uit, zegent het, breekt het en geeft het aan zijn leerlingen. Waarschijnlijk wil de evangelist hier voor zijn lezers de verbinding leggen met het Laatste Avondmaal en met de eucharistie. Zoals Jezus de 5000 eerst voedt met zijn woorden en daarna met brood en vis, zo worden de christenen door Hem gevoed met de verkondiging van het Woord en de viering van de eucharistie. Daarom deelt Jezus ook niet zelf brood aan de mensen uit. Hij breekt het en geeft zijn discipelen opdracht het brood en de vis uit te delen. Het is Jezus die de bedienaar van de eucharistie is, maar de apostelen en hun opvolgers, de bisschoppen, moeten de mensen ermee voeden. Ook de gaven die ze hebben, vijf broden en twee vissen zijn symbolisch. Vijf en twee vormt samen zeven, wat voltalligheid aanduidt. Wat men heeft is dus voldoende en dat blijkt ook uit het feit dat ze er iedereen mee kunnen voeden, zelfs het hele volk van Israël. Daarnaast staat het brood natuurlijk voor Jezus’ lichaam en de vis voor Ichtus, het teken van de volgelingen van Jezus en het christelijk geloof.
Betekenis 3: Geestelijk voedsel De honger die Jezus stilt is niet op de eerste plaats een lichamelijke, maar een geestelijke. Het gaat in het verhaal van de wonderbare spijziging dus niet om een directe wonderbaarlijke oplossing voor hongersnood. Het zijn geen toverkunsten. De mensen, die Hij voedt zijn zonder hoop, hebben inspiratie nodig, een toekomst perspectief. Daarom gaan ze achter hem aan, als Hij een eenzame plek op zoekt. Ze willen bevrijd worden van onderdrukking. Het eerste wat Jezus doet, is verkondiging. Pas daarna wordt het geestelijke voedsel verbonden met het lichamelijke. Zo ook is het vieren van de eucharistie het opnieuw beleven van dat moment van delen met elkaar en vervuld worden van Jezus. Het stilt de honger naar hoop, geeft inspiratie en wijst tegelijkertijd vooruit naar de hoop dat er ooit een einde komt aan de honger in de wereld, zowel geestelijk als lichamelijk. Betekenis 4: Ethisch appèl Toch heeft het verhaal ook een ethische dimensie. Hoewel het geen kant en klare oplossing voor de honger in de wereld biedt, is het wel opvallend dat het beetje wat er is volledig gebruikt wordt om te delen. In de versie van Johannes is het een jongen die de broden en vissen afstaat. Het wonder van Jezus bestaat niet alleen in de vermenigvuldiging, maar begint bij het ter beschikking stellen van wat je hebt. Dat doet een beroep op onze vrijgevigheid. Als volgelingen van Jezus moeten we niet alleen hopen op een tijd zonder honger, maar moeten we tegelijkertijd beseffen dat we de oplossing van het voedselprobleem in onze eigen handen hebben. Wanneer we niet bang zijn wat we hebben te verliezen, maar het zoals het jongetje willen delen om ieders honger te stillen, dan lukt het ook om het wereldvoedelprobleem op te lossen. Als we bereid zijn onze luxepositie als Eerste Wereld op te geven en machtsaanspraken in de wereldeconomie durven te laten varen dan kan de wereldhandelsbalans zo veranderen dat niemand meer honger hoeft te leiden. Tussen hoop en handelen Het verhaal van de wonderbare spijziging kan ons frustreren, omdat voor
de Derde Wereld een dergelijk wonder heel wat problemen zou oplossen.
Als we goed lezen, dan merken we dat het niet om een snel wonder gaat
dat honger moet oplossen. Het gaat om het geloof in het koninkrijk Gods,
waar ieder voldoende heeft, in het vieren van de gemeenschap van verbondenheid
met elkaar en God, het stillen van geestelijke en lichamelijke honger
en in een ethisch appèl om het eigen bezit op te geven om de honger
van anderen te stillen. Uiteindelijk hebben we niet een wonder, maar bekering
nodig om de honger in de wereld op te lossen. |
||