![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
| Ontslapen van Maria | |||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Preek van pastoor Remco Robinson Het beeld van Sint Antonius in de Maas. Er was eens een katholiek in het Zuiden van Nederland die werkloos was. Volgens goede katholieke traditie had hij een beeld van Sint Antonius van Padua. Hij zei het standaard gebedje op en hoopte dat Sint Antonius hem aan werk zou helpen. Het gebed hielp niet en een kaarsje bij het beeldje aansteken, gebeurde ook niet. Uiteindelijk herhaalde de man alles en voegde vervolgens toe: “En als ik volgende week geen werk vind, dan gooi ik je in de Maas.” Waarschijnlijk ligt het beeldje al enkele jaren op de bodem van de Maas, want de man heeft nog steeds geen werk. Is dit nu een teken van geloof of niet? Je zou zeggen dat de man in elk geval veel macht aan de heilige toeschrijft. Toch kunnen we net zo goed zeggen dat dit bijgeloof is, dat het bidden tot beeldjes en kaarsjes erbij aansteken, afgoderij is. Dat de man beter zich in vertrouwen aan de Heer zelf kon geven, dan via een beeldje proberen af te dwingen dat hij werk vindt. Is de Maria-verering geen afgoderij met als summum haar ten hemelopneming, in feite een gelijkstellen met Christus? In feite gaat deze vraag op voor alle devotiepraktijken die het katholieke geloof kent. De gebeden tot Sint Antonius, maar vooral de Maria-verering zijn de bekendste vormen hiervan. Het feest van vandaag, het ontslapen van Maria, geeft de discussie hierover duidelijk weer. De Rooms-Katholieke kerk viert Maria ten hemel opneming, wij haar ontslapen. Het verschil is simpel, ging Maria nu eerst dood en daarna naar de hemel of werd zij zoals Jezus in de hemel opgenomen. Nog los van de vraag wat we bij de hemel precies moeten voorstellen en wat de plek van de heiligen nu precies is, staan we voor de vraag of we de legende van Maria net als Jezus een hemelvaart heeft, moeten geloven. Onze kerk heeft samen met de protestanten en orthodoxen in elk geval ervoor gekozen de legende niet te vieren, maar stil te staan bij Maria’s overlijden. Dat terwijl tot in de 19e eeuw ook de Oud-Katholieken met hun gebeden en gezangen de hemelvaart van Maria vierden. Pas toen de Paus het dogma afkondigde, is men ermee opgehouden. Het feest van de hemelvaart van Maria doet ons afvragen in hoeverre we niet te ver gaan in de verheerlijking van Maria, en dat geldt in feite voor alle Maria-devoties. Gaan we als christenen niet te ver en maken we van Maria geen tweede Jezus, zoals het door sommige katholieken gewenste dogma van de Maria als medeverlosser, aangeeft. Een dergelijke opvatting gaat het Vaticaan te ver, maar geldt dit niet voor de andere feesten en praktijken even goed? Er zijn niet of nauwelijks Bijbelse bronnen voor deze dogma’s en feesten. Kortom, is de Maria-verering samen met de andere devotiepraktijken niet teveel een vorm van afgoderij, het vereren van iets, wat niet God is en wat van Hem wegvoert? Devotie is verboden Maria-devotie, in feite elke vorm van devotie kan leiden tot een soort van afgoderij. Het staat tegenover het eerste van de 10 geboden om alleen God te vereren. Nemen we de volgende geboden erbij, dan lezen we dat we geen beelden mogen maken. Ook dat is iets wat we in de devotie terugvinden. Beelden wordt aangekleed, rondgedragen en er worden kaarsjes voor aangestoken. In de stricte zin, zijn devoties zoals de Maria-devotie tegen Gods geboden en dus af te wijzen. Onze Oud-Katholieke traditie is altijd wat strenger geweest en heeft de volksdevoties proberen te weren en zich te concentreren op de eucharistie, wat u misschien kunt herkennen. Onze kerk is een van de weinigen waar een Maria-beeld is met een plek om kaarsjes te branden. De kaarsjesbranders onder u zullen het aansteken van een kaarsje ook niet als afgoderij zien. Tolerantie De Rooms-Katholieke kerk is altijd tolerant geweest ten aanzien van devoties. Orden zoals de Jezuïeten en Franciscanen hebben de devoties juist gestimuleerd omdat zij het zagen als meer toegankelijke manieren om in contact te komen met het heilige. In deze tijd kunnen ook wij wat genuanceerder kijken naar devoties in het algemeen en de Maria-devotie in het bijzonder. De eerste vraag die we ons mogen stellen is wat de eerste twee geboden nu eigenlijk beogen. Waarom is de God van Israël zo bang voor concurrentie? Hij is toch de enige? Waarom maar één God? In de tijd van de 10 geboden, was men nog niet zo sterk ervan overtuigd dat er maar één God was. Men meende dat er wel andere goden waren, maar dat Israël die goden links moest laten liggen, want haar God was de God die haar bevrijd heeft. Ook is de God van Israël niet omkoopbaar. Je kunt niet onderhandelen, alleen maar vragen en vertrouwen. Daarnaast lag de verering van de andere goden sterk op de loer. De oorsprong van het volk van Israël is namelijk een nomadische, rondtrekkende veehoeders. Wanneer zij zich gaan vestigen in Kanaän, dan moeten zij overgaan tot een agrarische leefstijl. Het is dan niet onbegrijpelijk dat men ook de religieuze praktijken die bij de nieuwe leefstijl hoorden, overnam. De profeten en andere religieuze leiders proberen daarom voortdurend het volk van die goden af te houden en te concentreren op de God van Israël. Opgravingen tonen aan dat in de praktijk de namen van de God van Israël en Baäl en Astarte rustig naast elkaar werden gebruikt. Waarom geen beelden? Het verbod op beelden maken geldt niet alleen voor beelden van God, maar voor alles. Niets mag tot een beeld worden gemaakt. Je kunt je afvragen of foto’s en schilderijen dan toegestaan zijn. De gedachte erachter is dat wanneer je ergens een beeld van maakt,. je er macht over hebt. Ook die praktijk kwam voor. Het lijkt op de voodoo-praktijk van het Caribische gebied. Deze vorm van magie is verboden. Bidden tot een heilige in plaats van God? Een tweede vraag die gesteld mag worden wat mensen beogen met hun devoties. Gaat het inderdaad om de verering van iets anders, om macht te krijgen over dingen? Heiligenvereringen de devoties die daarbij horen, ontkennen niet de heerschappij van God. De heiligen, relikwieën en beelden die erbij horen moeten niet van God afleiden, maar zijn bedoeld als weg tot God. Juist hun grote ontzag voor God beweegt mensen ertoe zich met een vraag niet tot God, maar tot een heilige te brengen. Je hoort wel eens: “Ik vraag het aan Maria, die is ook moeder zoals ik, die begrijpt dat.” Misschien kun je zeggen dat dit geen goed godsbeeld is. We mogen God juist als een nabije en liefdevolle God zien, die alles begrijpt. Toch is dit geen afgoderij. Macht? Of de devoties ook machtsuitingen zijn, is moeilijker te beantwoorden. Niet dat de gelovige nou macht over de heilige wil uitoefenen, maar een zekere vorm van onderhandelen vindt wel plaats. Als God mijn gebeden verhoort, dan schenk ik de kerk een nieuw beeld van Maria of Antonius. En andersom zoals ik al heb verteld: “Heilige Antonius, als ik nu geen werk vind, gooi ik je, je beeld, in de Maas.” Het is een manier van greep op je leven krijgen en wanneer dat dwangmatig gebeurt of op een onderhandelende manier, dan is dat niet in de haak. Dan schendt dat de vrijheid van God. Vaker zijn het opsteken van een kaarsje en een pelgrimage tekenen van contact maken, van een wat tastbare ontmoeting zoeken om geborgenheid te kunnen ervaren. Je zoekt het heilige op in een wat zichtbaardere vorm. Zoals in de eerste lezing staat dat de Wijsheid, die volgens andere verhalen nooit op één plek te vinden is, haar woonplaats vindt op de berg Sion in Israël, zo wordt de wijsheid en zachtmoedigheid van God zichtbaar in de Mariadevotie. Ook dit kan duiden op een manco in het geloof, want we zouden het heilige, de wijsheid en de zachtmoedigheid bij God zelf moeten zoeken, maar klein gelovigheid kan ons allemaal overkomen. Een kaarsje opsteken of pelgrimage kan dan helpen om die klein gelovigheid te overwinnen. De betekenis van Maria en haar ontslapen Zoals u weet vieren we in onze kerk het ontslapen van Maria in plaats van haar ten hemel opneming. We geloven dat zij net als de andere heiligen gestorven is en daarna voor het aanschijn van God mag staan, wat we daar ook bij moeten voorstellen. Het is natuurlijk onmogelijk om hierover een uitspraak te doen. Wel is het zinvol om stil te staan bij de betekenis van het gedachtenisfeest van Maria. Dat een eenvoudige vrouw uit het gehucht Nazareth de moeder wordt van de Zoon van God, van de mens die ons God doet kennen. Dat is de dynamiek die we van God kennen en die we lezen in het evangelie van vandaag. God doet het onverwachte, kiest het onaanzienlijke en verheft het tot het hoogste. Zij reist zoals het evangelie zegt, met haar andere kinderen Jezus achterna reist en staat onder het kruis. Dat christenen deze vrouw een bijzondere plek geven, dat vrouwen, in het bijzonder moeders, zich met haar identificeren, is niet verwonderlijk. Dat mensen bij haar troost zoeken wanneer zij lijden, omdat deze vrouw ook heeft moeten lijden om haar Zoon. Voor ons betekent Maria dat ook wij, hoe onaanzienlijk of onbelangrijk we ook zijn, door God gezien worden, dat ook wij mogen hopen op een plek bij God en dat ook ons lijden beantwoord zal worden door de heerlijkheid die God ons kan geven. Maria-devotie risico en kans Het vereren van Maria en de andere heiligen, het vieren van dubieuze feesten, het behoort tot de katholieke traditie. Het is rijkdom en folklore die kleur en cultuur kan geven aan ons leven. Toch moeten we niet verzanden in de devotie. Als ons gebed alleen nog tot heiligen gericht kan worden, als we alleen nog vertrouwen op de kaarsjes die we branden, dan verliezen we God en zijn genade uit het oog. Dan proberen we ons lot in onze handen te krijgen en vergeten we dat we een God hebben op wie we mogen vertrouwen. Maar als we de heiligen als een weg tot God zien, dan kunnen de traditie en feesten ons geloof versterken, kleur geven en kracht in moeilijke tijden. Dan helpen de heiligen ons, wanneer ons geloof tekort schiet. Maria laat ons dan zien dat een gewone mens door God uitverkoren kan worden om de plaats te worden waar Wijsheid, Raad en Sterkte gevonden kunnen worden, een vrouw bij wie de bevrijding van de mens begint. Dan wordt duidelijk dat ook voor ons plaats voor Gods aangezicht bereid is. |
||