![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
| Het ontslapen van Maria | |||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Preek van pastoor Remco Robinson, 19 augustus Als u in Trouw de Verdieping hebt bijgehouden of regelmatig in een boekenwinkel komt, dan kan het evangelie van Judas u niet zijn ontgaan. In de paasweek van 2006 is de vertaling gepubliceerd en verschillende theologen en taalwetenschappers hebben erover geschreven. Het belangrijkste punt van discussie is de positie van Judas. Hoewel het christendom hem altijd als de verrader van Jezus ziet, blijkt hij volgens het evangelie van Judas juist een naaste medewerker van Jezus te zijn, de ster genaamd. Hij verraadt Jezus niet, maar draagt hem over. Volgens het evangelie van Judas doet Judas precies wat Jezus wil, hem bevrijden van zijn aardse lichaam. Afgelopen woensdag stond juist in de krant dat een Amerikaanse expert in het koptisch, de taal waarin het boek geschreven is, juist het tegenovergestelde beweert. Judas is niet de held van dit evangelie, maar een demonische verrader. U ziet dus dat heilige en verrader binnen het christendom niet zo duidelijk te bepalen zijn. Een figuur van wie overduidelijk is dat zij een heilige is, die volgens de Rooms-katholieke kerk niet alleen geen smetje op haar naam heeft maar zelfs onbevlekt ontvangen is, is Maria, de moeder van Jezus. De Rooms-katholieke kerk viert sinds het eerste Vaticaans Concilie op 15 augustus het feest van Maria ten Hemelopneming. De andere kerken, waaronder de onze houdt het bij het ontslapen van Maria, zoals dit al sinds de zesde eeuw gevierd wordt. Hoewel kerkhistorici menen dat het tijdens het Concilie vooral ging om de positie van de Paus als afkondiger van een dogma, kunnen we ons nu afvragen waar het bij dit dogma en nog belangrijker bij dit feest om gaat. Al heel vroeg geloofde de kerk dat Maria na haar dood direct naar de hemel ging. Sinds het Concilie van Efese Maria als de moeder Gods had vastgesteld, was het overduidelijk dat zij een heilige was. Heiligen gaan na hun dood direct naar de hemel. Wat is dan het verschil tussen het ontslapen van Maria en haar ten hemel opneming? Het verschil is dat het dogma van de opname van Maria in de hemel inhoudt dat zij na haar dood met lichaam en ziel in de hemel werd opgenomen. Na Jezus is zij dus de eerste die hem op deze wijze achterna gaat. Zoals gezegd, hebben de andere kerken dit dogma afgewezen. Voor de Oud-Katholieke Kerk van Nederland is deze afwijzing niet ondubbelzinnig. Als we kijken naar de liturgische boeken uit de achttiende eeuw van de Utrechtse kerk, dan zien we op 15 augustus gezangen en gebeden die erop wijzen dat Maria met lichaam en ziel in de hemel is opgenomen. Het is duidelijk, het dogma van 1870 volgt op een langere traditie van Mariaverering die net zo goed in de Oud-Katholieke kerk leefde als in de Rooms-katholieke. Juist de dogma verklaring zorgde ervoor de Oud-Katholieken het gingen afwijzen. Maar wat maakt het nou uit of Maria nu wel of niet met lichaam en ziel naar de hemel is gegaan? Wanneer we geloven dat Maria met lichaam en ziel in de hemel is opgenomen, dan maken we van Maria niet gewoon een heilige, maar krijgt zij nog meer een bijzondere positie. Als we kijken naar de Mariadevotie, dan zien we een ontwikkeling. De oudste Mariafeesten, Maria Boodschap en Maria lichtmis, zijn gericht op Christus, de aankondiging van de geboorte van de Messias en zijn opdracht in de tempel. De latere Mariafeesten slaan alleen nog op Maria, Maria geboorte, het ontslapen van Maria en sinds de 19e eeuw Maria onbevlekte ontvangenis. Binnen de Rooms-katholieke kerk zijn er aanhangers van een nieuw dogma en feest, Maria mede-verlosser. Het moederschap van Maria wordt dan al een soort verlossingsdaad. De betekenis van Maria voor ons gelovigen is door de eeuwen heen dus veranderd. Werd zij eerst vooral als de moeder van Jezus gezien, een vrouw, die uitverkoren was om Gods Woord ter wereld te brengen, al snel werd zij de moeder Gods. Maria wisselde zo iets van haar menselijkheid in voor het goddelijke. Dat zij heilig is, ligt voor de hand, maar waarom dan die vergoddelijking, een opname in de hemel naast Jezus en eventueel zelfs een positie als medeverlosser? Met andere woorden, waarom willen mensen van Maria iets goddelijks maken? Is heiligheid niet voldoende? Misschien heeft dit iets met ons godsbeeld te maken, ons geloof in God als Vader, Zoon en heilige Geest. De parapsycholoog Carl Gustav Jung meende al dat de Triniteit eigenlijk een viereenheid zou moeten zijn. We zouden namelijk een vrouwelijke kant van God missen. De vergoddelijking van Maria brengt het vrouwelijke In feite stuiten we hier op wat heiligenverering kan zijn. Hoewel in onze kerk de heiligen altijd maar een beperkte rol worden toebedeeld, hebben zij in de katholieke traditie altijd een belangrijke rol gespeeld. Het gedenken, eren en voorspraak vragen van heiligen vormt een belangrijk element in het religieuze leven. Vaak is deze devotie nog belangrijker dan de wekelijkse eucharistieviering en de sacramenten. Heiligendevoties staan dichter bij de mensen dan de officiële kerkdiensten. Heiligen maken het goddelijke vaak tastbaarder, concreter en duidelijker. Wie God is, kunnen we niet eens bedenken. Jezus was wel mens, maar staat als Zoon van God toch nog steeds ver van ons af. De heiligen geven ieder aan het goddelijke een eigen concreet gezicht. In Maria krijgt het God een vrouwelijk en moederlijk gezicht. God de Vader kunnen we nog zien als een God van regels en geboden, een God die kan liefhebben en bestraffen. Bij Maria zien we de zachtmoedige en altijd liefdevolle moederfiguur, bij wie we wellicht nog wel iets gedaan kunnen krijgen door een kaarsje op te steken, een noveen te bidden of naar Lourdes te gaan. Devoties zoals kaarsjes opsteken, voorspraak vragen en bedevaarten kunnen heel belangrijk zijn als wegen tot God. Die ongrijpbare, alles overstijgende God krijgt zo een gezicht, kan tastbaar worden en dichterbij komen. Maar het komt heel nauw. Het kan snel heiligenverering worden, bidden tot heiligen, kortom de heiligen verwijzen dan niet meer naar God, maar komen voor Hem in de plaats. Dergelijke devoties zijn geen wegen tot God maar voeren aan God voorbij. Dogma’s als Maria ten hemelopneming en nog meer Maria middelares maken dat wij God eigenlijk niet meer nodig hebben. In plaats van de ongrijpbare God komt iemand anders te staan. Het gezicht van de heilige, de tastbaarheid van het beeld en de devoties kunnen dan uitgroeien tot een soort magie: manieren om greep te krijgen op het heilige en deze via kaarsjes, bedevaarten en andere offers te beheersen. Inderdaad, wanneer God degene is wiens wegen ondoorgrondelijk zijn en die vertoornd kan zijn op zijn volk, verwachten we van de heiligen alleen maar hulp en welwillendheid. Wanneer de heiligen ons niet meet tot God voeren, dan beperken we het goddelijke tot dat stukje wat de heilige voor ons belicht. De God die groter is dan we ons kunnen voorstellen, wordt beperkt tot het gezicht dat de heiligen laten zien. Wanneer Maria voor ons het gezicht van God zelf wordt, dan houden we alleen een zachtmoedige, liefhebbende God over en verliezen we alle andere facetten van God die de traditie ons ook voorhoudt. Verwordt het goddelijke tot een kracht die je kunt beheersen en dat kan toch nooit de bedoeling zijn wanneer we de vrouw gedenken die op de boodschap van de engel dat zij de Zoon van God ter wereld zou brengen: “De Heer wil ik dienen. Laat gebeuren wat u hebt gezegd.’ We vieren vandaag het ontslapen van Maria, een mens die Jezus in zich heeft gedragen, die Hem op de wereld heeft gezet en heeft grootgebracht. Een vrouw die Hem gevolgd is en zijn lijden en dood heeft meegemaakt. Kortom, een vrouw die ons een weg toont, God laat zien door zijn Woord aan te nemen en te volgen, wat er ook gebeurt. Laten wij haar gedenken, eren en navolgen, maar altijd beseffen dat Maria niet voor zichzelf staat, maar de weg wijst naar Jezus haar Zoon, die zelf voor ons de weg, de waarheid en het leven is. |
||