![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
| Ontdek je verlangen | |||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Een gelovig woord? Naar U gaat mijn verlangen, Heer. Het is een vreemde zin. Verlangen associëren we niet vaak met geloof en kerk. Verlangen is werelds, heeft te maken met lust en begeerte, draait om bezit en materialisme. Past dat wel bij de kerk, bij de advent? Moet de advent niet juist verdiepend zijn, meer geestelijk? Maar er is ook een gelovig verlangen. In de spiritualiteit lezen we bijvoorbeeld over Theresia van Lisieux: Zij beschrijft met erotische woorden het verlangen naar de Heer. Ook onze Bijbel kent erotische delen zoals het Hooglied. Het gaat eigenlijk over het verlangen van bruid en bruidegom, maar is spiritueel geïnterpreteerd. Anders was het boek waarschijnlijk nooit in de Bijbel gekomen. Verlangen we wel naar de Dag des Heren? Verlangen is wel belangrijk in het geloof. Het vindt zijn oorsprong in de gebrokenheid van het aardse bestaan. In twee lezingen is er aandacht voor de Dag van de Heer, de Jom Adonai. De profeet Zacharia vertelt over natuurgeweld, het verdwijnen van de nacht en een eeuwig licht van God. God zal koning zijn en iedereen zal Hem erkennen. Hier spreekt het verlangen naar vrijheid voor het volk van Israël dat al eeuwen overheerst wordt door de grootmachten van het Midden-Oosten. Het evangelie spreekt ook over de Laatste Dag. De Dag des Heren wordt verbonden aan de wederkomst van Christus. Ook Jezus vertelt over tekenen aan de hemel en natuurgeweld die uitmonden in de komst van de Mensenzoon. Deze tekenen moeten we wel goed interpreteren. Ze zijn gewelddadig, maar het zijn eigenlijk goede tekenen; ze betekenen dat het Koninkrijk van God nabij is. De christenen hadden de ervaring van de verwoesting van Jeruzalem en de Tempel door de Romeinen. Er was veel geweld van Joden en Romeinen. Lucas geeft hier betekenis aan: Het zijn de tekenen van het Einde der Tijden. Duurt wel lang voordat die aanbreekt. In feite is dat nu nog niet gebeurd. Daarom vertelt Lucas de passage van de vijgenboom. Christenen moeten volhouden, wachten, maar tegelijkertijd open staan voor de tekenen van hoop. Zo houdt Lucas ook aan ons een houding voor: we moeten wachten, maar open staan voor de tekenen en hierop reageren. Dat is de houding van de advent: actief wachten. Eindtijd Verwachtingen van de Eindtijd ontstaan in tijden van ellende en onderdrukking. Zacharia spreekt mensen toe ten tijde van buitenlandse overheersing. De evangelist schrijft voor christenen in de verdrukking van het Romeinse Rijk. U kent wel de uitdrukking: nood leert bidden. Deze mensen hadden het zwaar. Er klinkt daarom een belofte: het wordt nog even erger, maar het is als met barensweeën voor een bevalling. Na de verzwaring komt de verlossing. Voor die mensen bood dit troost. Maar geldt dat ook voor ons? Zitten we eigenlijk wel te wachten op de Dag des Heren. We leven er niet mee, en hebben haar ook niet nodig. We leven zonder direct oorlogsgeweld en rampen. We hebben voldoende bestaansmiddelen. We hebben kortom een dergelijke verlossing niet nodig. Voor ons is de Advent op zijn hoogst het verlangen naar gezelligheid en warmte in de donkere decembermaand. Waar is uw verlangen? Of is dat te snel? In feite hebben we het goed, maar ook wij ervaren onze gebrokenheid. Zelf maken we dan geen rampen mee, we zien wel wat er gebeurt in wereld aan ellende, rampen en oorlog. We mogen het ook dichterbij zoeken: in de ziekte van onszelf of van dierbaren. Vorige week hebben we een groot aantal kaarten verstuurd naar mensen die vanwege hun gezondheid niet meer met ons meevieren. Deze groep zal steeds groter worden. Ouderdom geeft gebreken en uiteindelijk wacht ons de dood. Misschien is dat niet vergelijkbaar met het lijden in Ethiopië of een ander geteisterd land, ook bij ons is er lijden. Misschien verlangen we naar verlossing van lijden voor onszelf of een dierbare. Of verlangen we naar de hereniging met een overleden partner, omdat we het leven zonder hem of haar niet meer als echt zinvol ervaren. Maken we ons zorgen om onze eigen gezondheid, de beginnende aftakeling of verlangen we terug naar tijd dat we alles nog konden? Misschien hebben we zelfs een gevoel van heimwee, een gevoel van niet helemaal op onze plek zijn in deze wereld of maatschappij, die te snel gaat, te veel van je vraagt, waar zoals in het nieuwe adventboekje staat, de mensen langs elkaar heen leven. De Advent is niet zo maar een periode van vier weken voor Kerstmis, maar een spirituele voorbereidingstijd. Het is een uitnodiging te onderzoeken waar ons verlangen ligt, wat voor ons bevrijding kan betekenen. Het is niet gemakkelijk om verlangens onder ogen te zien, maar wel belangrijk. Ze spelen ons altijd parten en we kunnen er lang niet altijd iets mee doen. Deze verlangens kunnen echter wel een voedingsbodem worden om ons geestelijk voor te bereiden op de geboorte van de Messias. We kunnen onze verlangens omzetten in een religieus verlangen naar bevrijding. Wie weet wat Kerstmis ons dan brengt. Messias De verwachting van de komst van de Mensenzoon is geen grote pleister
die alles in één keer oplost. De bevrijding van Kerstmis
betekent niet dat elk verlangen direct bevredigd wordt. Wel is ze de hoop
en verbondenheid, waarin ons verlangen wordt gericht naar het ideaal van
de Messiaanse verwachting. We kunnen deze bijvoorbeeld lezen bij Jesaja
11: Naar U gaat mijn verlangen, Heer We spreken niet gemakkelijk over ons verlangen in combinatie met geloof. We leven niet met sterke ervaringen van onderdrukking en geweld. Het verlangen naar verlossing raakt zo op de achtergrond. De advent is daarentegen de kans om onze verlangens onder ogen te zien. Waar ervaren we het leven als moeilijk? Wat of wie missen we? We moeten de verlangens in ons leven niet wegdrukken, maar onderzoeken en gebruiken als voedingsbodem voor het religieus verlangen naar bevrijding. Als we onze gebrokenheid beseffen, dan staan we echt open om Christus in ons midden te ontvangen. Kerstmis krijgt zo een nieuwe dimensie; ze wordt bevrijdend.
|
||