![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
| De nauwe poort | |||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Preek van pastoor Jan de Haan, 26 augustus InleidingWie is de mens die op zal gaan,
wie mag in ’s Heren stede staan? U staat voor de Sionsberg,
voor de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem… Onderweg naar JeruzalemHet evangelie van vandaag begint met de vermelding dat Jezus nog steeds onderweg is naar Jeruzalem en al verder trekkend langs steden en dorpen, onderricht gaf. We zijn in het midden van Lucas’ evangelie aangekomen. En zoals zijn evangelie in Jeruzalem en de tempel begint én eindigt, zo blijkt het ook in het hart van het Lucas-evangelie om Jeruzalem te gaan. Jeruzalem als navel van de wereld. De opgang van Jezus naar Jeruzalem moeten we zien tegen de achtergrond van het profetische decor van Jesaja, volgens wie het volk van Israël het hoogtepunt van zijn roeping bereikt, wanneer ook de heidenvolkeren naar Jeruzalem optrekken om met het uitverkoren volk God te aanbidden. In de dagen van Jesaja Hoe heeft de grote Jesaja
in zijn dagen – de tweede helft van de 8ste eeuw voor het begin
van onze jaartelling – de tekenen des tijds verstaan? De ballingen
zijn in die tijd voor een deel naar huis teruggekeerd, maar een echte
bevrijding heeft het niet gebracht. Jeruzalem is ontluisterd, Israël
heeft zijn geloof in de toekomst verloren. Hoe zal de berg Sion ooit het
stralend hart van de wereld zijn wanneer het volk innerlijk verscheurd
is en ver van God? Maar ook in Jesaja’s tijd was er een kleine kudde
van getrouwen die, aan dood en verderf ontkomen, in alle benauwenis het
geloof in de toekomst niet had opgegeven. In het onheil dat geschiedde
ontwaarde de profeet de hand van God. Hij riep de zijnen op om in het
kwaad niet te volhanden en te blijven ijveren voor een stad van vrede
in een wereld aan wanen ten prooi en verloren in schuld. Serieuze opdrachtenWaar de trektocht van Jezus naar Jeruzalem op uitloopt, wordt duidelijk in wat direct volgt op het evangelie van vandaag. “Ik moet heden en morgen en de volgende dag reizen, want het gaat niet aan dat een profeet buiten Jeruzalem omkomt. Jeruzalem, Jeruzalem…!” (Lc.13,33-34). Met dit alles in het vooruitzicht legt Jezus in Lucas 12 en 13 serieuze opdrachten in de handen van zijn goedwillende leerlingen. Wees waakzaam en doe wat er gedaan moet worden. Het Koninkrijk van God is dichtbij en het hangt van jullie af of het vlug komen zal of niet! Dat Koninkrijk van God zal groeien, maar in het verborgene (Lc.13,18) en dus moet je stevig in je schoenen staan om te volharden. Het gaat niet vanzelf. Vandaag komt een van de leerlingen bij Jezus met de vraag: “Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?” Niet zo’n verwonderlijke vraag in die dagen. De Farizeeën bereidden zich voor op de “Dag van de Heer” door strikte naleving van de Wet. De Essenen deden dat ook nog door eigen reinigingsrituelen. De geredden zouden – zo was de algemene opvatting – uitsluitend Joden zijn. Het is typisch voor Jezus om ook op deze vraag noch bevestigend noch ontkennend te antwoorden. Jezus is geen theoreticus, maar gaat praktisch en resoluut op de kern van de vraag af. Toen de eerste leerlingen Hem vroegen waar Hij verbleef, zei Hij: “Kom en zie!” (Joh.1,39). Op de vraag wie de naaste was, vertelde Jezus hoe iemand zich als naaste gedraagt (Lc.10,29-37). Toen Petrus Hem vroeg voor wie de gelijkenis van de trouwe dienaar bedoeld was, zei Jezus alleen dat iedereen naar eigen taak en charisma waakzaam moest zijn. En nu zegt Hij: “Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan”. De deurIn de Bijbel draagt de poort of de deur een rijke symboliek. Een stad was omgeven met muren en poorten. Een poort verleende toegang of versperde deze juist. Wie door de poorten binnen mocht was burger of vriend van de stad. Een verdachte vreemdeling of vijand werd buiten gehouden. De sleutelbewaarder droeg een grote verantwoordelijkheid. De vernielde stadspoort stond symbool voor de verwoesting van de stad (Jes.24,12) en een stad zonder poorten – zonder nauwe poorten – bood geen veiligheid (Ez.38,11). Ook de tempel had meerdere poorten, groot en prachtig, maar slechts één deur gaf toegang tot het “Heilige der heiligen”. Jezus zelf zal de deur zijn die toegang geeft tot de Vader. Het deurtje van een schaapskooi daarentegen was smal. De schapen konden er maar één voor één door naar binnen. Zo kon de herder ze tellen. Vooral dit beeld van de deur heeft Jezus op zichzelf toegepast: “Ik ben de deur van de schapen… Ik ben de deur. Als iemand door Mij binnengaat, zal hij worden gered.” (Joh.10,7-9) Tegen deze achtergrond moeten we de aansporing van Jezus in het evangelie van vandaag verstaan: “Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan” (Lc.13,24). Dit betekent: “Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij” (Joh.14,6). De deur is tegelijk de Herder zelf. Hij kent zijn schapen, en zij kennen Hem. Dat is een liefdesrelatie. Het ergste is als de Heer hen niet kent, en zij Hem niet kennen. Daarom klinkt aan de deur, wanneer ze dicht gaat, de hartverscheurende stem: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan?” Dit wederzijdse kennen en liefhebben is de sleutel van de deur van Gods domein, van het hemelse Jeruzalem. Doe alle moeite “Doe alle moeite”,
zegt Jezus, span je tot het uiterste in. Het gaat hier om een uitputtende
slag. De apostel Paulus zal later zeggen: “Ik heb de goede strijd
gestreden” (2 Tim.4,7). Wat is die strijd? Jezus zegt: Je redding
hangt niet af van het feit of je al dan niet een fysieke afstammeling
bent van Abraham, noch van de eraan verbonden religieuze praktijken, maar
van je overgave aan Mij, van de beleving van je geloof en van je liefde.
Daarom zullen eersten laatsten en laatsten eersten zijn. Jezus: de deur tot het volle leven Jezus noemt zichzelf “de
deur”. Hij is niet één deur, maar dé deur,
de enige die toegang geeft tot het volle leven. “Want zonder Mij
kunt gij niets”, zegt Hij (Joh.15,5) Eerst is die deur heel klein.
Zoals de kameel alle bagage en het vet van zijn bulten moet afgeven om
op de knieën door het poortje gesleurd te worden, dat de naam droeg
van “het oog van de naald” (Lc.18,18-30), zo moeten ook wij
door de poort die Jezus is. Maar eens zal deze smalle deur wijd worden als de poort van de tempel voor allen die zich aan Hem geven. Hijzelf is immers de nieuwe tempel, zegt Johannes in zijn Openbaring (21,22). Hij is de deur die wagenwijd open staat, en de stem die ons toeroept: “Stijg op naar Mij…”(Openb.4,1). En nog: “Ik heb voor u een deur geopend die niemand kan sluiten” (Openb.3,8). Tot die Deur zijn alle volkeren uitgenodigd. Zalig zij die binnengaan en genodigd zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam. |
||