Oud-Katholieke Parochie
Sint Willibrordus

Arnhem

Willibrordus. Wacht op zijn knipoog
 
Religie en geweld  

Volg de ster!

Het woord is vlees geworden

God zet de wereld op zijn kop

Bereid de weg voor de Heer

Ontdek je verlangen

Worden bankiers gesteund door het evangelie?

Allerheiligen en Allerzielen

Sint Franciscus

Kruisverheffing

Geboorte van Maria

Eusebius

Brood dat eeuwig leven geeft

Spijziging der 5000

Waartoe zijn wij uitgezonden?

Petrus en Paulus: totaal verschillend

Wij zijn een bouwwerk van de Geest

Het vluchtige omarmen

Liefde verstoort de orde

Herders

Domheid, inzicht en mysterie

De dood is 'hot'

Het ontvangen van de communie is een opdracht

Een glimp van God

Veertigdagentijd: er even tussenuit

Genezing en verzoening

Honderd jaar opbouw

Eén in Geest en waarheid

Kinderen van God

Het kerstverhaal anders verteld

Kerstmis: de bevrijding is begonnen

Zoon van Maria? Zoon van God?

Een moeilijke start

Wachten duurt lang. Te lang?

Weest waakzaam

Schapen en bokken

Sint Willibrord

Allerheiligen en Allerzielen

Simon en Judas

Sint Franciscus

Bestaan engelen?

Kruisverheffing

Eusebius' (s)preekverbod

Het ontslapenvan Maria

Geloven is niet mogelijk zonder ervaring

Spijziging der 5000

Carrière maken

Maria Magdalena, de apostelgelijke

De zaaier

Mijn juk is zacht, mijn last is licht

Geen consumenten maar een herderlijk volk

Geen bevrijding zonder bekering

Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap?

Elkaars taal

Onnozele apostelen

Willen wij nog wel leiding ontvangen?

En, staat Hij op of niet?

Pasen betwist

Laatste Avondmaal

We verrijzen nu al uit de dood

"Wees blijde temidden van het lijden"

Beproeving

Zonde en boete

Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis)

Jesus als asielzoeker

Doop van de Heer

Kind dopen antwoord op openbaring God

Nederlandse kerken op missie

Woorden kunnen veranderen

Het Kerstkindje als aanklacht

Aankondiging van de Messias

Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?

Volk van Sion, zie de Heer!

De wereld in de war

Kerkwijding

De voleinding

Sint Maarten

Willibrord

Allerheiligen en Allerzielen

Tien Melaatsen

Franciscus

De rijke man en de arme Lazarus

De geboorte van Maria

De eerste en de laatste plaats

De nauwe poort

Het ontslapen van Maria

Het geloof

Verheerlijking van de Heer op de berg

Het bidden

Maria Magdalena

Religie en geweld

Petrus en Paulus

Preek van Mgr. Dr Joris Vercammen, ter gelegenheid van de gedachtenis van “De martelaren van Gorcum”, 8 juli 2007

Religie en geweld. Zij lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden te zijn. De hele mensengeschiedenis door reeds. De opkomst van de fundamentalistische islam met zijn gewelddadige excessen doen ons misschien vergeten wat christenen in de 16e en 17e eeuw onder de indianen in Latijns Amerika hebben aangericht. Of wat ze elkaar hebben aangedaan, bijvoorbeeld de afgelopen veertig jaar in Noord Ierland. Of in Nederland tijdens de tachtigjarige oorlog. Als we vandaag het moedig getuigenis dat de negentien geestelijken die in 1572 in Brielle werden opgehangen, in herinnering roepen, dan kan dat niet zonder erbij stil te staan dat ook binnen het christendom religieus geweld zeer vaak aan de orde is geweest.
Je kent de geschiedenis: dat Gorcum werd belegerd door “de gereformeerden” (de calvinisten dus) en alle katholieken hun geloof moesten afzweren om aan de dood te ontkomen. Vijftien geestelijken weigerden dat. Zij kregen het gezelschap van vier anderen die daartoe evenmin bereid waren. Alle negentien werden ze op 9 juli, vanaf 1 uur in de nacht opgehangen in een lege turfschuur.

De kiem van het religieus geweld zit altijd in de ambitie van mensen zogenaamd “de waarheid” te willen bezitten. Die ene echte waarheid, die absolute waarheid die boven alle andere waarheden staat, dat ‘laatste woord’ dat alle speculatie, alle denken verder overbodig maakt. Dat schenkt veiligheid en zekerheid! Maar het betreft een schijnveiligheid want ze is alleen te realiseren door anderen, die een andere ‘laatste waarheid’ hebben te veroordelen en uit te schakelen. Dat anderen een andere ‘laatste waarheid’ zouden aanhangen is immers ondraaglijk. Zoals het voor ”de gereformeerden” ondraaglijk was dat de negentien van Gorcum de tegenwoordigheid van Christus in de eucharistie niet zouden afzweren en het voor de negentien vermoedelijk even ondraaglijk zal geweest zijn dat hun vervolgers deze waarheid bespottelijk vonden.

Ook Jezus zelf is het slachtoffer geworden van vastgeroeste opvattingen over waarheid en orde, over “God en gebod”. De wijze waarop Hij de wet “tot vervulling bracht”, zoals hij dat zelf zei, was ondraaglijk voor hen die precies aan de tot dan toe aanvaarde omgang met die wet zekerheid voor hun leven ontleenden. De sabbat die heilig was en dus stond voor een absoluut verbod om ook maar iets te doen, ook goede daden, ook iemand genezen, die sabbat was voor Jezus niet van waarde. Zijn absolute keuze voor hen die aan de onderkant van de samenleving gesitueerd waren, ontmaskert het gebrek aan solidariteit vanwege de ‘succesvollen’ in de samenleving. Het zijn maar twee voorbeelden van Jezus’ doortastende kijk op de religieuze cultuur van zijn land. Nu vinden een dergelijk protest-gedrag ook wel terug in het Oude Testament, maar Jezus is daarin net dat tandje radicaler en helderder. De voorbeelden doen meteen vermoeden hoe Jezus met zijn vrijheid van denken en optreden bepaalde mensen schoffeerde. Op de eerste plaats hen die hun zekerheden en hun positie zagen afbrokkelen…hoe kan een tollenaar of een zondaar, hoe kan een mislukkeling ons iets over God openbaren? Hoe kan iemand aan de onderkant iets van Gods glorie uitstralen? Hoe kan kwetsbaarheid toegang verschaffen tot Gods’ kracht?
Het zijn lastige vragen voor iemand die het moet hebben van ‘vaste zekerheden’.
Want het strookte niet met heersende opvattingen: succes was een teken door God goed gezien te zijn en je plooien naar de normen van de elite stond voor gelovige gehoorzaamheid aan God. Vandaar dat Jezus met zijn optreden voor een kortsluiting zorgt in de geest van de religieuze leiders. Dat brengt hem uiteindelijk op het kruis…en trouwens ook de leerlingen blijven het er nog na Jezus’ dood moeilijk mee hebben: hoe kan die mislukkeling van het kruis ons iets over God vertellen?, vragen ze zich bang en onzeker af…

Jezus als slachtoffer in een strijd om wat waarheid is. Jezus als slachtoffer van religieus geweld. En daarmee ook degene die het religieus geweld aan de kaak stelt. Hij is immers de rechtvaardige, Hij is de ingoede, Hij is heel en al liefde en dus is het gewoon niet meer of niet minder dan pervers dat hij terechtgesteld werd. Jezus is een slachtoffer dat totaal onschuldig is en daarom is zijn dood een brutale klap in het gezicht voor eenieder die een ander verkettert.
De strijd om de waarheid maakte een slachtoffer waarvan de onschuld niet geloochend kan worden! Daarom wordt aan hem duidelijk hoe onzinnig deze strijd om de waarheid eigenlijk wel is. Aan hem wordt duidelijk dat de strijd om de waarheid altijd een strijd voor het eigen gelijk is en dat daarbij het ongelijk van de ander al van te voren vaststaat. De strijd om de waarheid zet mensen tegen elkaar op.
Jezus’ dood maakt duidelijk dat een omkeer noodzakelijk is. En daar was het Jezus om te doen, daarom koos hij er ook voor om slachtoffer te worden, niet uit een verkeerde zelfliefde die met het eigen lijden zich van de aandacht van anderen wil verzekeren, maar omdat deze weg de enige mogelijkheid was om aan mensen de onzin van de strijd om het eigen gelijk duidelijk te maken. Mensen kunnen verder komen dan zich aan te stellen als concurrenten van elkaar, mensen kunnen zich ook aan elkaar geven, als broeders en zusters!
In Jezus is aan ons een onschuldig slachtoffer gegeven en wie de concurrentieslag tussen mensen vanuit het standpunt van dat slachtoffer bekijkt, die komt onvermijdelijk op het punt terecht waar men beseft dat het anders moet…daarom doorbreekt Jezus’ kruisdood de duivelse spiraal van het geweld.
“Hij is het lam – het onschuldige slachtoffer – dat de zonden van de wereld – deze duivelse kring van kwaad – teniet doet, wegneemt”, belijden we bij elke eucharistie opnieuw..

Het doet me denken aan de Monniken van Tibhirine, Algerije. Zeven van hen werden om 1996 ontvoerd door de GIA, de fundamentalistische moslimorganisatie (‘Gewapende Islamitische groep” – “Groupe Islamique armée”), en later ook omgebracht. Hun klooster werd in de jaren dertig gesticht en heeft de bedoeling een ‘teken in de bergen’ te zijn op de grens tussen de christenen en de moslims. Gedurende vele jaren leiden zij een verborgen leven. Ze wilden slechts ‘broeder4s’zijn van allen, zonder onderscheid. Teken van vriendschap voor de moslims. Vreemdeling onder de vreemden, arme onder de armen. Hun boodschap was er een van tederheid en goedheid, van genegenheid. Op die manier wilden ze getuigen van de vrijheid van het evangelie. Zonder vooroordelen, zonder drang om de ander te bekeren, zonder de ander af te wijzen omdat die nu eenmaal ‘anders’ is. Ze hadden tijdig weg kunnen komen uit Algerije, als ze dat hadden gewild. Reeds in 1993 hadden ze tijdens de kerstnacht ‘bezoek’ gekregen van een terroristisch commando. Ze waren gewaarschuwd. Maar ze beleefden hun verblijf als een huwelijksverbintenis met het Algerijnse volk, met al diegenen die niet konden vluchten uit de terreur van de bloedige burgeroorlog. En nog meer beleefden ze hun gebed en dagelijkse inzet als een hoopvolle strijd, als een geweldloos gevecht om de o verwinning van het goede op het kwade waardoor het land geteisterd werd. De monniken vormen een clubje weerloze bidders die hopen ontwapenend te werken op geweldenaars. Ze kijken verder dan het geweld, ze kijken naar de mens achter het geweld en ze houden van hem!

Om u worden wij dag na dag gedood en afgevoerd als schapen voor de slacht, citeert Paulus in de Romeinenbrief psalm 44, als een soort van regel, een wetmatigheid dat wie zich geeft aan God en zich niet langer bekommert om de eigen waarheid, misschien wel eens slachtoffer zou kunnen worden van hen die precies daardoor hun onzekerheid verliezen. De monniken van Tihbirine weten dat het waar is!
Maar…dat kan ons niet scheiden van de liefde van Christus, integendeel, op dat punt aangekomen delen we slechts in zijn lot en treden we nog dieper binnen in zijn intimiteit. “We kunnen maar mens zijn als we ermee instemmen dat we worden omgevormd tot een beeld van de Liefde die zich in Christus heeft geopenbaard. Hij die rechtvaardig was, heeft het lot van de onrechtvaardige willen ondergaan.”, schrijft een van de broeders.
Daarover gaat dus het evangelie van vandaag. Dus niet om zelf gezocht offertjes voor God, niet om een soort van klein of groot masochisme – zelfpijniging dus – niet om het goedpraten van tegenslagen die we in ons leven te verwerken krijgen.
Het is Jezus niet om het lijden te doen en God is geen sadist die genoegen zou scheppen in de pijn van mensen. Het is God om de slachtoffers te doen en om al die oorlogen om de grote waarheid die deze slachtoffers maken. God bekijkt de wereld vanuit het standpunt van de slachtoffers en het kan zijn dat je dan zelf ook tot slachtoffer wordt. Dat gevaar heeft ook God zelf in Zijn Zoon bewust gelopen. Christelijke martelaren sterven niet voor een waarheid, ze sterven voor de vrijheid. Het leven onder een absolute waarheid is immers een leven in een gevangenis, ook al lijkt het erop dat je er een hele wereld mee kunt winnen. (vgl. Mt. 16,26) Maar het is geen leven. Het leven begint daar waar mensen elkaar in de ogen kijken en er zich bewust van worden dat ze aan elkaar toevertrouwd worden. Dat mensen, hoe verschillend ook van hart en gezicht, er zijn om elkaar broeder en zuster te zijn: bij die overtuiging begint het ‘vrije leven’.

Christen zijn, lid zijn van een kerk – we zijn blij twee nieuwe leden vandaag te mogen verwelkomen! - het heeft niet zozeer te maken met het aanhangen van een bepaalde ideologie, een bepaalde waarheid die alle andere waarheden in de schaduw zou stellen. Als christen hoor je niet tot een groep die het ‘goed bekeken heeft’. Het centrum van ons gelovig leven is de eucharistie en de eucharistie is niets minder dan de gedachtenis aan dat onschuldige slachtoffer dat Jezus uit vrije wil geworden is en niets anders dan ons laten volstromen met de levenskracht die de dood van deze onschuldige tot op de dag van vandaag voortbrengt. Wie zich laat volstromen met die kracht die zal niet anders kunnen dan de weg van de Heer te gaan. Ze zullen in liefde met hem verkeren, dicht het boek Wijsheid ons voor (vgl. Wijsheid 3,9). In de eucharistie ontvangen we de genade om op elkaar – en op allen die we ontmoeten -toe te gaan en worden we vrij genoeg om van elkaar te houden. In de eucharistie ervaren we dat niet de schijnzekerheid van een of andere ‘waarheid’ ons leven zin geeft, maar wel de solidariteit, wel het geven van mezelf voor het geluk van anderen, ook al zijn ze “van een andere waarheid”. In de eucharistie worden we vrij genoeg om daartoe ook in staat te zijn. In de eucharistie worden we omgevormd tot een mens van vrede. Voorbij is het geweld, ja, eindelijk vrede!