![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
| Religie en geweld | |||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Preek van Mgr. Dr Joris Vercammen, ter gelegenheid van de gedachtenis van “De martelaren van Gorcum”, 8 juli 2007 Religie en geweld. Zij lijken
onlosmakelijk met elkaar verbonden te zijn. De hele mensengeschiedenis
door reeds. De opkomst van de fundamentalistische islam met zijn gewelddadige
excessen doen ons misschien vergeten wat christenen in de 16e en 17e eeuw
onder de indianen in Latijns Amerika hebben aangericht. Of wat ze elkaar
hebben aangedaan, bijvoorbeeld de afgelopen veertig jaar in Noord Ierland.
Of in Nederland tijdens de tachtigjarige oorlog. Als we vandaag het moedig
getuigenis dat de negentien geestelijken die in 1572 in Brielle werden
opgehangen, in herinnering roepen, dan kan dat niet zonder erbij stil
te staan dat ook binnen het christendom religieus geweld zeer vaak aan
de orde is geweest. De kiem van het religieus geweld zit altijd in de ambitie van mensen zogenaamd “de waarheid” te willen bezitten. Die ene echte waarheid, die absolute waarheid die boven alle andere waarheden staat, dat ‘laatste woord’ dat alle speculatie, alle denken verder overbodig maakt. Dat schenkt veiligheid en zekerheid! Maar het betreft een schijnveiligheid want ze is alleen te realiseren door anderen, die een andere ‘laatste waarheid’ hebben te veroordelen en uit te schakelen. Dat anderen een andere ‘laatste waarheid’ zouden aanhangen is immers ondraaglijk. Zoals het voor ”de gereformeerden” ondraaglijk was dat de negentien van Gorcum de tegenwoordigheid van Christus in de eucharistie niet zouden afzweren en het voor de negentien vermoedelijk even ondraaglijk zal geweest zijn dat hun vervolgers deze waarheid bespottelijk vonden. Ook Jezus zelf is het slachtoffer
geworden van vastgeroeste opvattingen over waarheid en orde, over “God
en gebod”. De wijze waarop Hij de wet “tot vervulling bracht”,
zoals hij dat zelf zei, was ondraaglijk voor hen die precies aan de tot
dan toe aanvaarde omgang met die wet zekerheid voor hun leven ontleenden.
De sabbat die heilig was en dus stond voor een absoluut verbod om ook
maar iets te doen, ook goede daden, ook iemand genezen, die sabbat was
voor Jezus niet van waarde. Zijn absolute keuze voor hen die aan de onderkant
van de samenleving gesitueerd waren, ontmaskert het gebrek aan solidariteit
vanwege de ‘succesvollen’ in de samenleving. Het zijn maar
twee voorbeelden van Jezus’ doortastende kijk op de religieuze cultuur
van zijn land. Nu vinden een dergelijk protest-gedrag ook wel terug in
het Oude Testament, maar Jezus is daarin net dat tandje radicaler en helderder.
De voorbeelden doen meteen vermoeden hoe Jezus met zijn vrijheid van denken
en optreden bepaalde mensen schoffeerde. Op de eerste plaats hen die hun
zekerheden en hun positie zagen afbrokkelen…hoe kan een tollenaar
of een zondaar, hoe kan een mislukkeling ons iets over God openbaren?
Hoe kan iemand aan de onderkant iets van Gods glorie uitstralen? Hoe kan
kwetsbaarheid toegang verschaffen tot Gods’ kracht? Jezus als slachtoffer in een
strijd om wat waarheid is. Jezus als slachtoffer van religieus geweld.
En daarmee ook degene die het religieus geweld aan de kaak stelt. Hij
is immers de rechtvaardige, Hij is de ingoede, Hij is heel en al liefde
en dus is het gewoon niet meer of niet minder dan pervers dat hij terechtgesteld
werd. Jezus is een slachtoffer dat totaal onschuldig is en daarom is zijn
dood een brutale klap in het gezicht voor eenieder die een ander verkettert.
Het doet me denken aan de Monniken van Tibhirine, Algerije. Zeven van hen werden om 1996 ontvoerd door de GIA, de fundamentalistische moslimorganisatie (‘Gewapende Islamitische groep” – “Groupe Islamique armée”), en later ook omgebracht. Hun klooster werd in de jaren dertig gesticht en heeft de bedoeling een ‘teken in de bergen’ te zijn op de grens tussen de christenen en de moslims. Gedurende vele jaren leiden zij een verborgen leven. Ze wilden slechts ‘broeder4s’zijn van allen, zonder onderscheid. Teken van vriendschap voor de moslims. Vreemdeling onder de vreemden, arme onder de armen. Hun boodschap was er een van tederheid en goedheid, van genegenheid. Op die manier wilden ze getuigen van de vrijheid van het evangelie. Zonder vooroordelen, zonder drang om de ander te bekeren, zonder de ander af te wijzen omdat die nu eenmaal ‘anders’ is. Ze hadden tijdig weg kunnen komen uit Algerije, als ze dat hadden gewild. Reeds in 1993 hadden ze tijdens de kerstnacht ‘bezoek’ gekregen van een terroristisch commando. Ze waren gewaarschuwd. Maar ze beleefden hun verblijf als een huwelijksverbintenis met het Algerijnse volk, met al diegenen die niet konden vluchten uit de terreur van de bloedige burgeroorlog. En nog meer beleefden ze hun gebed en dagelijkse inzet als een hoopvolle strijd, als een geweldloos gevecht om de o verwinning van het goede op het kwade waardoor het land geteisterd werd. De monniken vormen een clubje weerloze bidders die hopen ontwapenend te werken op geweldenaars. Ze kijken verder dan het geweld, ze kijken naar de mens achter het geweld en ze houden van hem! Om u worden wij dag na dag
gedood en afgevoerd als schapen voor de slacht, citeert Paulus in de Romeinenbrief
psalm 44, als een soort van regel, een wetmatigheid dat wie zich geeft
aan God en zich niet langer bekommert om de eigen waarheid, misschien
wel eens slachtoffer zou kunnen worden van hen die precies daardoor hun
onzekerheid verliezen. De monniken van Tihbirine weten dat het waar is!
Christen zijn, lid zijn van een kerk – we zijn blij twee nieuwe leden vandaag te mogen verwelkomen! - het heeft niet zozeer te maken met het aanhangen van een bepaalde ideologie, een bepaalde waarheid die alle andere waarheden in de schaduw zou stellen. Als christen hoor je niet tot een groep die het ‘goed bekeken heeft’. Het centrum van ons gelovig leven is de eucharistie en de eucharistie is niets minder dan de gedachtenis aan dat onschuldige slachtoffer dat Jezus uit vrije wil geworden is en niets anders dan ons laten volstromen met de levenskracht die de dood van deze onschuldige tot op de dag van vandaag voortbrengt. Wie zich laat volstromen met die kracht die zal niet anders kunnen dan de weg van de Heer te gaan. Ze zullen in liefde met hem verkeren, dicht het boek Wijsheid ons voor (vgl. Wijsheid 3,9). In de eucharistie ontvangen we de genade om op elkaar – en op allen die we ontmoeten -toe te gaan en worden we vrij genoeg om van elkaar te houden. In de eucharistie ervaren we dat niet de schijnzekerheid van een of andere ‘waarheid’ ons leven zin geeft, maar wel de solidariteit, wel het geven van mezelf voor het geluk van anderen, ook al zijn ze “van een andere waarheid”. In de eucharistie worden we vrij genoeg om daartoe ook in staat te zijn. In de eucharistie worden we omgevormd tot een mens van vrede. Voorbij is het geweld, ja, eindelijk vrede!
|
||