![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
| Maria Magdalena, de apostelgelijke | |||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Inleiding tot de dienst en preek van pastor Jan de Haan ter gelegenheid van de feestdag van de H.Maria Magdalena, de apostelgelijke (22 juli) Inleiding tot de dienst Wandelend in de woestijn Zusters en broeders, hier is een bron geslagen voor mensen die “onderweg
zijn”. We zijn onderweg, we pelgrimeren, zeggen we als gelovigen. We worden in beweging gezet door het stille en diepe verlangen om het doel en de zin van ons leven te vinden, het geheim van God en zijn schepping te ontdekken. Maar ook de EEUWIGE is onderweg, geloven we, en trekt met ons mee de toekomst tegemoet. Wij volgen zijn spoor en zoeken zijn wegen. Heiligen zijn onze voorgangers en wegwijzers op de weg van het geloof.
De heilige Maria Magdalena, de apostelgelijke, wordt gevierd op 22 juli. Ook zij is bij uitstek een “heilige van de weg”. En dat niet alleen omdat haar feestdag midden in de zomer en in de vakantietijd valt, maar vooral omdat zij na haar genezing Jezus volgde op zijn weg, tot aan zijn kruis en graf toe. In de graftuin herkende zij de Heer als de Levende en werd zo de eerste getuige van de verrijzenis. Bijzonder haar gedachtenis vieren wij vandaag. Wij worden daarbij opgeroepen om Maria’s woord te geloven dat Christus de macht van dood en zonde breekt, dat Hij waarlijk is opgestaan. Ik zag het graf van de Levende en Hem die ’t in triomf verlaten had O, zeg ons, Maria, wat gij zien mocht op uw pad. Zusters en broeders, In de sequentie van Pasen wordt Maria Magdalena sprekend ingevoerd en bevraagd over haar ontmoeting bij het graf van de Levende Heer. Ook klinkt daarin de oproep om Maria op haar woord te geloven daar zij de waarheid spreekt. Niet overbodig, zo’n oproep, want een oude traditie verteld dat vooral Petrus geen geloof wilde hechten aan de woorden van een vrouw. Anderen daarentegen vertrouwden haar wel: “Ja, wij weten ‘t , uit de doden is Hij waarlijk opgestaan”. Een heilige van de weg Maria Magdalena: een heilige van de weg! Op mijn eigen levensweg kan ik Christus ontmoeten, niet alleen in mijn medepelgrims, maar ik kan Hem ook op het spoor komen door in de voetstappen te treden van hen die ons voorgingen op de weg: de heiligen, met name in die heiligen die een stuk van hun levensweg met Jezus in levende lijve hebben afgelegd. De feestdag van de heilige Maria Magdalena – 22 juli – gaat vooraf aan het grote apostelfeest van 25 juli waarop de heilige Jacobus de Meerdere gevierd wordt. Maria Magdalena en Jacobus de Meerdere zijn nauw met elkaar verbonden
door het samen optrekken met Jezus, door het apostelschap en door hun
beider heiligdommen. Dat Jacobus het evangelie in Spanje verkondigd zou hebben is niet aannemelijk. In 830 wees een mysterieuze ster een oud graf aan dat het gebeente van Jacobus zou bevatten. Deze vinding verklaart ook meteen de naam: Santiago da Compostella, een stad in de noordwestelijke Spaanse provincie La Coruña. In de Middeleeuwen werd Santiago de Compostella, naast Rome en Jeruzalem, de grootste en belangrijkste bedevaart-plaats van de christenheid en heeft van de apostel Jacobus een echte volksheilige gemaakt, een mede-pelgrim, een reisgenoot. Op onze pelgrimsweg naar Santiago de Compostella ontmoeten we Wie was Maria Magdalena? Wie was Maria Magdalena, welk beeld hebben we van haar? Onze eerste gedachte
bij Maria Magdalena zou kunnen zijn dat zij een zondares was, een publieke
vrouw. In de traditie van de Kerk is steeds weer beweerd
Waar komt dit beeld, druipend van de erotiek, vandaan? Lucas vertelt
het verhaal van de zondares die Jezus' voeten zalfde. Deze vrouw heeft
geen naam in dat verhaal en vanaf de vierde eeuw ontstaat het idee dat
deze vrouw en Maria Magdalena één en de zelfde waren. De
identificatie van de zondares die Jezus' voeten zalfde met Maria Magdalena,
lag des te meer voor de hand omdat Maria Magdalena van duivels bezeten
was geweest. Zo kon dus ook het verhaal ontstaan dat Maria Magdalena later naar de Provence in Frankrijk zou zijn getrokken en daar dertig jaren lang in de eenzaamheid als boetelinge zou hebben geleefd en in Sainte Beauno zou zijn begraven. Deze legende zorgde ervoor dat de boete-pelgrims, op weg naar Santiago de Compostella, haar kerk in Vézelay en haar heiligdom in Sainte Beauno bezochten. Maar om het spoor te volgen van Maria Magdalena hoeven we geen verre reizen te maken. Om een ander beeld van haar te krijgen, een beeld dat haar meer recht doet, hoeven we zelfs Jeruzalem niet uit. Misschien kent u Maria Magdalena ook van schilderijen waarop ze op de
paasmorgen met een kruik met specerijen op weg is naar het graf van Jezus,
of waarop ze de verrezen Heer ontmoet bij het lege graf. Maria Magdalena
was de eerste getuige van de opstanding en de eerste apostel: Op weg met Jezus Maria Magdalena was één van de vrouwen die de moedige
keuze maakte Wat precies de aard van haar bezetenheid was, wordt niet duidelijk, maar Maria moet in haar genezing zeer persoonlijk ervaren hebben wat de verlossing en bevrijding betekent die Jezus aanzegt in zijn verkondiging van het Koninkrijk Gods. Door deze bevrijdende ervaring van het Koninkrijk Gods heeft Maria de moed gevonden de beperkingen die haar als vrouw werden opgelegd te doorbreken. De evangelisten noemen haar steeds als eerste van de vrouwen, welke Jezus op zijn weg door het land volgden en verzorgden. Ze diende Jezus ook met haar bezit. Met de keuze voor de weg mét Jezus is dus je hele hebben en houden gemoeid. Maria Magdalena was aanwezig op die momenten in Jezus' leven, waar anderen het lieten afweten: bij het kruis, bij de graflegging. De Levende is niet te vinden bij de doden Johannes beschrijft hoe zij op de derde dag, vroeg in de morgen, naar het graf van Jezus gaat. Bij het graf aangekomen vindt Maria niet wat ze zoekt: het dode lichaam. Jezus is weg, waar is Jezus, ze hebben Hem zeker gestolen. “Toen zij dit gezegd had”, staat er, “keerde zij zich om”. Zij keert zich om, zij draait het graf de rug toe. Maria gaat nu mensen bevragen, want ook buiten het graf ziet ze Hem niet.
Ze spreekt met de tuinman, zoals wij met elkaar spreken over lief en leed
en met hoop en wanhoop elkaar opzoeken en blijven tasten in het duister
en onherkenbaar blijven. Twee naamloze mensen ontmoeten elkaar. “Vrouw”,
zegt Jezus, “waarom weent gij? Wie zoekt gij?”
Dan volgt de derde fase. “Maria!” zegt de Tuinman.
En weer staat er: “Zij keerde zich om”. Laat ons maar even bij onszelf nagaan: telkens wanneer mijn naam uitgesproken wordt, komt er iets aan het licht van mijn diepste innerlijk, van wie ik ben voor anderen: of je werkgever, je buur, je partner, je kind, je kleinkind je aanspreekt… telkens klinkt er de echo in door van wie je bent en word je geraakt. Het raakt je des te meer als dat gebeurt door degene die het dichtst
bij je staat, daar waar de liefde het sterkst is en als zodanig bezielend
werkt. Geest van zijn geest: dat is het wat Maria Magdalena hier ervaart.
Zo wil de Heer ook in ons leven zijn. Als Iemand die mij kent, die mij
bij name noemt, Gij noemt ons bij name, zingen we straks met Gezang 767. Maria komt opnieuw in beweging, want leven is opstaan en op weg gaan;
Het merkwaardige nu is dat Maria níet gaat verkondigen dat de Heer waarlijk verrezen is, maar wél: dat zij de Heer gezien en gesproken heeft. Met andere woorden: zij vertelt en verkondigt wat door Jezus in haar tot leven gekomen is, met de bedoeling dat hetzelfde ook bij anderen, bij de broeders, tot leven zal komen. Het doel van de Kerk En is dat nu niet de bedoeling van Kerk-zijn ?! De Kerk als gemeenschap waarin het leven en de geest van Jezus wordt doorgegeven en in mensen tot leven komt als eigen levenservaring! De kerk is er niet om zichzelf, om eigen kunst en cultuur in stand te
houden, De Heer: ik heb Hem gezien en gehoord! Als we dát Maria Magdalena kunnen nazeggen, dan kunnen we ook alles wat ten dode voert de rug toe keren en op staan en weer op weg gaan en met Ad den Besten elkaar toezingen: Sta op ! - Een morgen ongedacht, Al wat ten dode was gedoemd Liedboek voor de Kerken 210, 1 en 3
|
||