![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
| Geloof in Jezus laat ons het leven in een nieuw licht zien | |||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Preek van pastoor Remco Robinson, vierde zondag van de Veertigdagentijd De boog kan niet altijd gespannen zijn. Toen ik als kind misdienaar was, werd mij uitgelegd dat de zondag van Laetare, verblijdt u, was ingevoerd, omdat de boog niet altijd gespannen kan zijn. Veertig dagen lang vasten is wat zwaar voor de gemiddelde christen. Al die somberheid vraagt om een pauze. Even geen inkeer en soberheid, geen paars maar rose. Met andere woorden, één zondag die een ander karakter heeft, namelijk die van blijdschap. Dat is een aantrekkelijke en logische uitleg, maar helaas niet helemaal juist. Het gaat niet om blijheid, omdat we 40 dagen vasten niet volhouden. In feite legt de eerste regel van ons openingsgezang het beter uit: Weest blijde, te midden van het lijden. Midden ineen periode van inkeer, soberheid, vasten en onthouding, zijn we toch blij. Het herinnert ons aan de woorden van Jezus in het Matteüsevangelie over het vasten: Trek geen somber gezicht als je vast, maar zalf je gezicht en was het. Met andere woorden, laat andere niet merken dat je het moeilijk hebt door de vasten. Verheerlijkt het christendom het lijden? Toch dreigt die openingszin, Wees blijde temidden van het lijden, te ontaarden in iets gevaarlijks. Blij zijn in het lijden kan ook op een soort masochisme duiden, dat inderdaad binnen het christendom niet vreemd is. Misschien hebt u de Da Vinci code gelezen of gezien. U kent dan de moordenaar Silas, die lid is van Opus Dei en zichzelf geselt en de cilice draagt, een band met weerhaken om het been. Hoewel het boek en de film geen juist beeld geven van Opus Dei of de katholieke kerk, hebben verschillende vormen van zelfkastijding wel plaatsgevonden, waaronder geseling en de cilice. Ook zijn er veel verhalen van martelaren. Oorspronkelijk waren dit mensen die ondanks het lijden hun geloof trouw bleven, maar er zijn er ook geweest die actief het lijden opzochten om zo verheerlijkt te worden. In feite is dit een probleem dat vanaf het eerste begin in het christendom een rol heeft gespeeld. U ziet boven het altaar een crucifix hangen. Sommige passanten maken er opmerkingen over. Is een dergelijke afbeelding van Jezus aan het kruis niet een verheerlijking van het lijden? Verandert geloof ondanks het lijden zo niet in een geloof in lijden als een weg tot God? Is dat wel de juiste betekenis van Wees blijde te midden van het lijden? Het christelijk geloof geeft ons een andere kijk op succes en mislukken.
God kijkt met andere ogen De gevaarlijke herinnering van het kruis herinnert ons echter niet alleen aan het lijden van de mensheid. De blijheid van de christen te midden van het lijden wijst op iets anders, namelijk dat in Gods ogen lukken en mislukken totaal anders zijn dan naar onze menselijke maatstaven. Dat wordt al duidelijk in de eerste lezing. De koning van Israël, Saul was een succesvolle veldheer, maar in de ogen van God was zijn koningschap een mislukking; hij handelde niet naar Gods wil. De profeet Samuël was hierover bedroefd. God laat Samuël niet bij de pakken neerzitten, maar laat hem een nieuwe koning aanwijzen. God begint een nieuwe dynastie. Samuël zoekt de nieuwe koning onder de zonen van Isaï, maar God laat hem niet de oudste of de sterkste kiezen, maar de jongste. Naar menselijke maatstaven viel er van deze herdersjongen niet veel te verwachten, maar God ziet in hem een koning naar zijn hart. Maar niet alleen God kijkt met andere ogen. Ook ons wordt gevraagd met andere ogen te kijken. Dat wordt duidelijk uit het verhaal van de blindgeborene. De leerlingen van Jezus vragen of de gebruikelijke uitleg van deze handicap, namelijk de eigen zonden of die van de ouders, klopt. Jezus wijst dit af. Bij dit genezingsverhaal gaat het niet om de genezing van een echte blindheid. Het is een verhaal over bekering, tot inzicht komen. Jezus laat de blindgeborene weer zien. De echte blinden blijken de farizeeën en niet gelovende omstanders te zijn. De blindgeborene beseft dat Jezus van God komt. Als Jezus het hem vraagt, belijdt de blindgeborene dat hij in de mensenzoon gelooft. Ons wordt gevraagd op dezelfde manier als de blindgeborene te kijken. We moeten onze eigen kijk op het leven loslaten. Niet geloven in wat je bereikt, je succes, maar te handelen zoals God het wil. De blindgeborene zegt dat God niet naar zondaars luistert, maar naar iemand die vroom is en zijn wil doet. Je doen en laten moeten zijn volgens de wil van God. We moeten mensen zijn naar Zijn geest. Of zoals Paulus het zegt, we moeten de weg gaan van de kinderen van het licht. Lukken en mislukken hebben voor God een andere betekenis God kijkt met andere ogen naar het leven dan wij mensen. Hij kiest niet de sterkste, de knapste of degene die in menselijke ogen de beste is. Het gaat God niet om succes naar menselijke maatstaven. God heeft andere maatstaven en die worden ons duidelijk in het leven en sterven van Jezus. We komen steeds dichter bij de Goede Week. De mislukking van Jezus als de messias nadert. Gods Zoon wordt geen triomferende koning met een machtig leger, maar een man die sterft als een slaaf aan het kruis. Niet omdat God dat graag wil, maar omdat leven naar Gods geest een toewijding vraagt die dwars door het lijden heen gaat. Niet omdat het lijden gekoesterd moet worden, maar omdat ze niet uit de weg mag worden gegaan als het gaat om het leven naar Gods geest. Wie is er nu blind? De evangelielezingen van de Veertigdagentijd behoren oorspronkelijk tot de doopvoorbereiding. Het verhaal van de beproeving in de woestijn laat ons het kwade afzweren. De verheerlijking van Jezus op de berg geeft een samenvatting van wat we als christenen van Jezus verwachten, de vervulling van de Wet van Mozes en de profeten. De bron van levend water is natuurlijk het doopvont en vandaag moeten we als gedoopten met een andere kijk in het leven staan. Het verhaal van de zalving van David en de genezing van de blindgeborene daagt ons uit. We worden gevraagd met andere ogen naar het leven te kijken, ons eigen leven en dat van anderen. Met een collega had ik een discussie over oecumene. Mijn collega gebruikte de woorden ‘de kerken die het het beste doen’. Welke kerken zijn dat? De kerken met het meeste geld? De kerken met de meeste mensen? Of zijn dat kerken die bestaan uit mensen die steeds weer proberen de opdracht van het evangelie waar te maken in hun leven hier en nu. Dat wordt van ons gevraagd: om mensen te zijn naar Gods geest.
|
||