![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
| Het kerstverhaal anders verteld | |||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Preek van pastoor Remco Robinson, Kerstochtend Het kerstverhaal anders verteld Wat maakt de kerstochtend anders dan de kerstnacht? De sfeer is totaal anders. In plaats van de mooie lichtjes in de duisternis, ziet het er bijna net zo uit als een gewone zondag. In plaats van een volle kerk, zit je met een kleinere groep. Het is Kerstmis, maar dan zonder de romantische betovering van de Kerstnacht. Het evangelie van vandaag is niet het lieve stalletje met het kindje Jezus, de os en de ezel, maar een moeilijk betoog, eigenlijk een vroeg-christelijk lied over licht, duisternis en het Woord. Het is net als bij een echte bevalling. Eerst is er de ingrijpende ervaring met het romantische van een pasgeboren kindje en pas later ga je beseffen wat je is overkomen, kun je beredeneren wat er gebeurd is. De proloog Maar wat wil Johannes ons nu vertellen met zijn moeilijke uiteenzetting? Waarom van die abstracte taal? Dit eerste deel van het Johannes evangelie is als een ouverture van een opera. Alle hoofdelementen worden al genoemd. Het is Johannes’ overdenking van de komst van Jezus, de Zoon van God. Hierbij gebruikt hij woorden die aan de ene kant voortkomen uit de Bijbel en aan de andere kant uit de Griekse filosofie. Bijbelse en filosofische woorden Johannes begint met woorden uit het boek Genesis. ‘In het begin was het Woord’, komt overeen met ‘In het begin schiep God de hemel en de aarde’. Johannes geeft daarbij aan dat hij zijn evangelie niet bij de komst van Johannes laat beginnen of bij de aankondiging van hem, maar bij het begin van de schepping. Toen was het Woord al aanwezig. Het lijkt een beetje op het boek Wijsheid, waarin van de wijsheid wordt gezegd dat zij er al vanaf den beginne was, nog voor de schepping. Aan de andere kant wordt van Jezus gezegd dat Hij het Woord is, Logos in het Grieks. Dit is een belangrijke term in het Griekse denken en de gnostiek. De filosofie van Plato kent namelijk ook een soort scheppingsverhaal. In Plato’s filosofie bestaat de werkelijkheid namelijk uit een geestelijke en materiële wereld. De materiële wereld is de wereld waarin we leven, maar de geestelijke is de wereld waarin we horen te zijn. Het is de wereld van de ideeën, waar alles ideaal is. Toen de wereld geschapen werd kwamen de ideeën voort uit de Logos. De materie kwam voort uit een tussenwezen, de demiurg. Maar iedere mens heeft een klein deeltje van de Logos gekregen en dat is de Rede. Met die rede kan de mens de ideeën kennen, want voordat de ziel in een lichaam kwam, zag zij de ideale wereld. Maar toen zij een lichaam kreeg, schrok ze zo dat ze de ideeën weer vergat. De geestelijke weg van de mens is om de materiële wereld los te laten en de ideële wereld op te zoeken door de Rede. Plato gebruikt het beeld van een grot. Ieder mens zit vast in een grot van de materiële wereld. Eigenlijk wil ze eruit om de echte wereld te zien, de geestelijke, maar het licht is te fel en daarom blijft de mens liever in de grot. Door de filosofie leert de mens geleidelijk naar het ware licht van de geestelijke wereld te kijken. De paralellen met het Johannesevangelie zijn duidelijk te zien. Alles is geschapen door de Logos. De Logos is het licht, maar de mensen willen het licht niet zien. Johannes gebruikt de filosofie van Plato om het verhaal van Jezus te vertalen in begrippen die niet-Joden ook kennen, maar hij past het verhaal van Plato daarbij aan. Belangrijk is dat Hij Johannes de Doper als getuige van het licht opvoert en Jezus als het Woord dat in de wereld kwam. Het is dus niet langer via de filosofie dat de mens tot haar ware bestemming kan komen, maar door het Woord, dat Jezus is. De ware bestemming van de mens is niet langer de ideële wereld, maar kind zijn van God. Bevrijding Johannes presenteert zo op een andere manier de bevrijding die Jezus ons brengt. Het gaat niet om de lang verwachte koning die geboren wordt in een stal, maar om het Woord dat licht en leven is. Jezus is het licht dat de duisternis verlicht, de duisternis van onze verkeerde kijk op de wereld. Als we het Woord dat Jezus is, aannemen en in Hem geloven, dan brengt Hij ons tot onze ware bestemming; Hij maakt ons kinderen van God. De boodschap voor het onderdrukte volk van Israël wordt verbreed tot een bevrijding voor alle mensen. Scheiding tussen lichaam en geest. Johannes roept ons op om op een andere manier naar de wereld te kijken. Met verwijzingen naar de grot van Plato laat hij ons Jezus volgen naar het licht. Die nieuwe kijk op de wereld heeft in het verleden nog wel eens tot een onderwaardering van de materiële wereld geleid. Het aardse leven werd zo maar iets van tijdelijke aard en menselijk lijden was maar een opstapje naar het hiernamaals. De mens moest vooral geest zijn en lichamelijkheid en materie waren verkeerd. Die weg slaat Johannes met zijn evangelie echter niet in. In zijn hele evangelie krijgt het gewone bestaan volop de aandacht. Wel vraagt hij de lezer om op een andere manier naar die werkelijkheid te kijken, namelijk vanuit het licht van Christus. Ook wij worden gevraagd met dat licht van Christus naar de werkelijkheid te kijken. Dan is het een werkelijkheid die geschapen is door God en waarin wij als zijn kinderen leven. Juist het feest van Kerstmis, waarbij we ieder jaar weer meer geld aan luxe uitgeven, is het belangrijk goed met die werkelijkheid om te gaan. In dat licht beseffen we dat de wereld er niet is om onze behoeften te bevredigen, voor ons om maar grenzeloos te gebruiken. Maar ze is een thuis door God aan ons gegeven om samen in te leven. Een huis is iets waar je zuinig op bent, want het is je dierbaar. Een van de duidelijkste voorbeelden over hoe je in de wereld moet staat, geeft Jezus bij het Laatste Avondmaal: Hij wast de voeten van Zijn leerlingen. Hij is als gastheer gekomen om ons te ontvangen in het Vaderhuis, waar wij kinderen van God zijn. Met andere woorden Het is de morning after. We hebben de geboorte van Jezus Christus gevierd. We zijn geraakt door het nieuwe licht, de kracht van het weerloze kindje in de stal. Nu is het tijd voor de overdenking van wat dit alles betekent en Johannes wijst ons erop dat de komst van Jezus Christus, het Woord van God, ons een nieuwe kijk op de wereld geeft. Hij leidt ons uit de duisternis van de grot naar het volle daglicht waarin we onze bestemming mogen zien. Wanneer we dat inzicht van Jezus willen aannemen, in Hem geloven, mogen we kinderen van God worden en brengt Jezus ons samen in het Vaderhuis.
|
||