![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
| Jezus als asielzoeker | |||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Preek van pastoor Nico Schoorl, 27 januari 2008 Je hoort tegenwoordig niet veel meer over problemen van en rond asielzoekers in ons land. In elk geval heel wat minder dan een paar jaar geleden toen een staatssecretaris zei dat het toelatingsbeleid op ontploffen stond, een groep rijke mensen samen een groot gebouw opkocht om te voorkomen dat er vluchtelingen in gehuisvest werden, en een parochie aan uitgeprocedeerde asielzoekers onderdak bood om uitzetting te voorkomen. Ongetwijfeld kent u allemaal ook wel de verhitte discussies in eigen kring over dat moderne probleem, dat ons zal achtervolgen zolang de welvaart in onze wereld zo slecht verdeeld is. Wie daarbij het politieke, menselijke en christelijke gelijk aan zijn kant heeft, laat ik maar in het midden. Maar hebt u er wel eens bij stilgestaan dat degene rond wie wij hier samenkomen, en aan wie wij onze naam van christenen ontlenen - dat die Jezus van Nazaret zelf ook een asielzoeker geweest is? Dat begint al direct na zijn geboorte. Koning Herodes heeft het op zijn leven gemunt, en daarom vluchten de ouders van de pasgeboren Jezus met hem naar Egypte, waar ze enkele jaren asiel krijgen. En vandaag horen we in het evangelie dat Jezus uitwijkt naar het noorden van het land, naar Galilea. Hij zoekt opnieuw asiel. Hij doet dat omdat hij voor zijn leven vreest; de machthebbers hebben immers zijn neef Johannes al in de gevangenis geworpen. En wat doet een mens die merkt dat zijn leven niet meer veilig is? Zo’n mens zoekt, of het nu in het jaar 27 of in het begin van de eenentwintigste eeuw is, een veilig heenkomen. En waar zoek je dan een veilig heenkomen? Bij voorkeur ga je dan natuurlijk naar een land waar je niet vervolgd wordt, en waar je in redelijke welvaart met je kinderen hoopt te kunnen leven. De eerste keer brachten de ouders van Jezus hun kind in veiligheid in Egypte. En nu, de tweede keer dat Jezus moet vluchten, zoekt hij asiel in het verre noorden van het land, in Galilea. Nu kun je je natuurlijk afvragen waarom hij juist daarheen gaat. Ja, waarom gaat een asielzoeker ergens heen? Hij gaat daar heen waar het voor hem of haar beter is. Asiel zoek je bij voorkeur in een land van belofte. Zo doet ook Jezus. Hij wijkt uit naar het grensgebied van Zebulon en Naftali opdat, zo schrijft Matteüs, ‘in vervulling zou gaan het woord van de profeet Jesaja: Land van Zebulon, land van Naftali, liggend aan de zee, Overjordanië, Galilea van de heidenen! Het volk dat in de duisternis zat, heeft een groot licht aanschouwd; en over hen die in het land van doodse duisternis gezeten waren, is een licht opgegaan’. Bekering Dat licht zoekt Jezus. In dat licht wil hij leven. En hij wil dat alle mensen leven in dat licht, en zich afkeren van de duisternis. Daarom ook zegt hij tot de mensen: ‘Bekeer u!’. Hij zal het zijn hele, te korte, leven blijven zeggen: ‘Bekeer u!’. Vroeger werd de lengte van een werkdag bepaald door het aantal uren
daglicht. Men stond als het ware met de zon op en ging met de zon naar
bed. In de zomer werkte men lange dagen en in de winter hield men er eerder
mee op om pas de volgende dag verder te gaan. Tegenwoordig storen wij
ons daar niet aan. De 24-uurs economie eist dat we doorwerken... en dat
doen wij ook! Onze fabrieken draaien met continuroosters om de productie
op peil te houden en grote kassen laten hun licht 24 uur per dag branden
om ons het hele jaar door te voorzien van verse tomaten, komkommers en
paprika’s. Het natuurlijke ritme van de seizoenen lijkt ten onder
te zijn gegaan aan economische belangen. Natuurlijk gaan de lezingen van vandaag niet over seizoenen of over het aantal uren licht op een dag. Ze spreken over licht en duister in onze relatie met God. Toch denk ik dat een vergelijking wel op zijn plaats is. Zoals we het steeds normaler vinden dat wij ons onttrekken aan de ritmes van de natuur, vraag ik mij af of we het ook niet steeds normaler vinden dat we ons onttrekken aan de ritmes van het geloven. Zoals we in ons dagelijks leven beschenen worden door kunstlicht, zou je ook kunnen zeggen dat we in ons geestelijk leven van alle kanten beschenen worden door geestelijk kunstlicht. Maar zijn dit geen ‘valse sterren’ die ons door het leven loodsen? Zoek je heil in materieel succes, laat een ander je niet voorbij streven en houd vooral de natuurlijke cyclussen van leven, ziekte en dood op afstand... ‘Je bent jong en je wilt wat’ ... en kennelijk als je niet jong meer bent of niet gelijk weet wat je wilt, tel je niet meer mee! Periodes van economische schaarste en overvloed kennen wij allemaal, maar zijn we nog gevoelig voor spirituele armoede en welvaart? Is het niet zo dat, zoals wij ons aan de natuurlijke ritmes van het leven hebben onttrokken, wij ons ook hebben onttrokken aan de ritmes van geestelijke groei? Aan de zielsarbeid van ploegen, zaaien, afwachten en het oogsten van spirituele vruchten? Jesaja zegt dat ‘zij die in het donker wonen door een helder licht beschenen worden.’ Wanneer onze ogen gewend zijn geraakt aan zoveel geestelijk kunstlicht om ons heen, hoe moeten wij het echte licht herkennen? De vraag is gesteld hoe het onderscheid tussen alle soorten licht te
maken. Laten wij maar eens kijken naar de twee hardwerkende vissers langs
het meer. Hoe wisten Petrus en Andreas wie ze voor zich hadden toen Jezus
hen vroeg om met hem mee te gaan? Vroegen ze zich misschien af of ze Jezus’
vraag wel goed hadden verstaan? Of ging er een licht branden in hun verstand?
Hoe wisten ze dat ze juist aan déze ene vraag gehoor moesten geven?
En waar haalden ze de moed vandaan om met Jezus mee te gaan? Dat weten
we niet. We zien wel dat deze eenvoudige mannen gehoor gaven aan een vraag
die voor hen zo helder was en zo duidelijk dat ze er alleen maar op eerlijke,
authentieke wijze antwoord op konden geven. Ouderen onder ons kunnen zich nog wel voor de geest halen dat in naam van het evangelie ondraaglijke lasten werden opgelegd, en dat de morele lat zo hoog werd gelegd dat je altijd het gevoel had ver onder de maat te blijven. Christelijke opvoeders, predikanten en biechtvaders voerden je met hun woorden niet altijd van de duisternis naar het licht, soms misschien wel precies andersom. Heeft die oproep van Jezus tot bekering dan helemaal geen zin? Kunnen we de aansporing van Jezus om te veranderen van gedachte, van houding en gedrag dan zomaar naast ons neerleggen? Kunnen we het woord ‘bekering’ uit ons woordenboek schrappen omdat het niet in onze moderne kraam te pas komt? Natuurlijk niet! De oproep tot radicale bekering blijft ook in onze dagen recht overeind staan. Maar dan moeten we Jezus wel laten uitpraten, en zijn woorden niet half verstaan. De hele oproep van Jezus luidt: ‘Bekeer u, want het rijk der hemelen is op handen’. Rijk der hemelen ‘Het rijk der hemelen is op handen’ – dat is de motivering voor het ‘Bekeer u!’. Haal je die twee uit elkaar, dan zijn het loze woorden. Wat Jezus die mensen in dat verre, halfheidense noorden van zijn geboorteland vraagt, is dat ze zich keren naar dat koninkrijk. Dat ze gaan leven vanuit de belofte die hun gedaan is. Dat is niet op de eerste plaats een bekering in de morele zin van het woord, dat ze van slechte mensen goede mensen zouden moeten worden, of dat ze zouden moeten toetreden tot een elite van weldenkende en goedwillende mensen. Nee, mensen die Jezus willen volgen, moeten zich op de eerste plaats omkeren naar wat komt. Niet achteromkijken naar wat geweest is, maar vooruit naar wat komt, naar wat dichtbij is, naar wat op handen is: het koninkrijk dat in stilte groeit in onze wereld. Asielzoekers zijn altijd mensen die zich losmaken van hun verleden, ook al gaat dat met pijn gepaard. Ze ontvluchten de duisternis, en zoeken het licht. Ze trekken weg uit het land dat voor hen geen toekomst biedt, of dat zelfs levensgevaarlijk voor hen is geworden. Ze zoeken een land van belofte, om daar een nieuwe toekomst tegemoet te gaan. Zo deed Jezus ook. Eerst vlucht hij met zijn ouders naar Egypte. Later wijkt hij uit naar Galilea, om daar de belofte in vervulling te zien gaan in zijn eigen leven. En vanuit dat Galilea van de heidenen roept hij ons op: ‘Bekeer u, want het rijk der hemelen is op handen’. Eigenlijk roept Jezus ons op asielzoekers te worden. Weet u wat ik u en mezelf toewens? Dat we allemaal iets hebben van asielzoekers die wegtrekken uit een land zonder toekomst naar een land van belofte. En dat we allemaal asiel mogen krijgen in dat land, dat rijk der hemelen dat op handen is.
|
||