![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
| Het geloof | |||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Preek van pastoor Remco Robinson, 12 augustus Ik heb een oudere vrouw gekend – ze is nu overleden - die als je haar vertelde dat mensen op de maan waren geweest, het weigerde te geloven. De beelden op televisie waren trucage. Als je tegenwoordig ziet hoe men televisie beelden kan manipuleren, dan is dat eigenlijk helemaal niet zo’n gekke gedachte. Er zijn heel wat films gemaakt over een toekomst, waarop van alles met camera’s is opgenomen en vervolgens bewerkt. Hierdoor wordt de mening van de bevolking voortdurend gemanipuleerd. Het idee dat de televisiebeelden die we op het nieuws zien, trucage zou kunnen zijn, doet ons nadenken over alles wat we niet weten, maar geloven. Er is vrij veel wat we op gezag van anderen aannemen, wat we voor feiten aanzien, maar waarvan we niet weten of het wel waar is. Geloven is dus eigenlijk iets vanzelfsprekends. Maar geloven is meer. De lezing van vandaag uit de Hebreeënbrief vertelt ons wat geloven eigenlijk is. ‘Geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.’ Het is een vrij algemene en zakelijke definitie. Het betekent dat geloof een vorm van weten is. Geloven betekent niet zeker weten. Je bent er van overtuigd, maar helemaal zeker weet je het niet. Waarom ben je er dan toch van overtuigd? Je gelooft iets omdat iemand het je verteld heeft en die persoon vertrouw je. Wanneer het journaal ons iets vertelt, gaan we ervan uit dat het klopt. Over het algemeen vinden we het journaal een betrouwbare bron. Geloven betekent dus iets voor waar aannemen omdat je op iemand anders vertrouwt. In de eerste lezing gelooft Abram het als God hem vertelt dat hij een zoon gaat krijgen, hoewel hij en Sarai al oud zijn en Sarai bovendien altijd onvruchtbaar is geweest. Hoewel hij weet dat het onmogelijk is, gelooft hij God. Abram gelooft in de macht van God en nog belangrijker, dat God zijn woord houdt. Wij als lezers weten dat Abraham inderdaad Isaak als zoon zal krijgen. Geloof en vertrouwen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Geloven in God en in zijn boodschap betekent dat we op Hem vertrouwen tegen beter weten in. Geloven kun je daarom tegen beter weten in doen en daarom is geloven niet alleen maar een vorm van net niet zeker weten. Het is ook de grondslag van de hoop. Door je geloof kun je hopen op een goede uitkomst, ookal ziet het er niet naaruit dat het ook zo zal zijn. Hopen op basis van je geloof doe je namelijk omdat je niet op jezelf vertrouwt, maar op God. Daarom hoef je het niet allemaal alleen te redden of zelf te kunnen. Hoop is wat Abram de woestijn laat intrekken naar een beter land. Niemand gaat toch zomaar met heel zijn hebben en houden op weg. Je moet dan echt geloven dat het ergens anders beter kan zijn. Jezus zegt in de evangelielezing hetzelfde. ‘Vrees niet kleine kudde, want jullie Vader heeft jullie het koninkrijk willen schenken.’ Wees niet bang, omdat je maar met een klein groepje bent. Je hoeft immers niet zelf de wereld te veranderen, God zal zijn koninkrijk schenken. Gerechtigheid en vrede hoef je niet helemaal zelf op aarde te brengen. God zal er uiteindelijk voor zorgen. Jezus zegt echter nog meer. Hij zegt dat je niet moet proberen in deze wereld je eigen leven te maken. Dat is immers iets wat we gemakkelijk doen. Als we jong zijn stellen we het ons voor: goede opleiding, goede baan, mooi huis, gezin, pensioen en genieten. Maar wat heb je dan uiteindelijk bereikt? Uiteindelijk ga je weer net zo naakt deze wereld uit als dat je er gekomen bent. Bovendien kan er van alles in het leven gebeuren, waardoor je nooit in die laatste fase van het genieten komt. Als we heel eerlijk zijn, dan weten we het toch wel: het leven is niet maakbaar. Jezus zegt daarbij aan de ene kant dat dat ook niet hoeft, omdat God het je zal schenken. Aan de andere kant roept hij je op om je voor iets belangrijkers in te zetten, namelijk voor Gods koninkrijk zelf. Daarom moet je niet opgaan in aardse ambities, wensen en plezier. Niet dat je niet van je leven mag genieten of een goed leven nastreven, maar je moet altijd waakzaam zijn. Uiteindelijk is alles van ons aardse leven eindig. Alles gaat voorbij, maar wat blijft is de belofte van het konkrijk Gods. En dat zal volgens het evangelie aanbreken als een dief in de nacht. Daarom moeten we zijn als knechten die hun Heer opwachten of als de Heer des huizes die klaar is voor de inbraak. Gelovig leven betekent dus waakzaam zijn en vertrouwen op Gods belofte van zijn koninkrijk. Geloven is meer dan een vorm van weten, meer dan ergens van overtuigd zijn. Het is ook hoop, iets wat je in beweging brengt en een levenshouding van waakzaamheid. Die waakzaamheid is niet alleen belangrijk vanwege Gods belofte van het koninkrijk Gods. Het is ook belangrijk vanwege de breekbaarheid van ons bestaan. Jezus zegt ook dat aardse schatten door motten worden aangevreten. Ons mooie leventje kan plotseling instorten door gebeurtenisen die we niet in de hand hebben. Ieder mensenleven kent wel in meer of mindere mate momenten van crisis: het overlijden van een familielid of vriend. Ziekten, arbeidsongeschiktheid of gedwongen ontslag, echtscheiding, kortom momenten waarop het hele leven op zijn kop kan staan. Dan wordt het belangrijk dat je geloof niet alleen maar dat bijna zeker weten is, maar ook die levenshouding Dan immers kun je in een crisis erop terugvallen. Er is onderzoek gedaan naar geloof van jongeren. Uiteraard vond men de afname van het aantal gelovige jongeren, maar veel opvallender was dat de jongeren uit orthodoxe kringen aan de ene kant feilloos de belangrijkste ideeën van geloof konden citeren. In crisissituaties zoals bij het overlijden van klasgenoten of familieleden deden zij echter niets met hun geloof. Ze hadden tijdens de godsdienstles en catechisatie wel de geloofsopvattingen geleerd, maar niet geleerd wat het geloof voor hen betekende. Wat ze nodig hadden, waren ouders die hun lieten merken hoe zij met hun geloof omgaan in het dagelijkse leven en in crisissituaties. Wanneer je hebt geleerd om niet alleen te leven met een geloof, maar ook vanuit dat geloof, als het een integraal deel is van je leven, dan is het zoals het bekende huis op een rots. Geloof dat alleen maar een stelsel van ideeën is, is als een huis op het zand. Als het begint te stormen, dan stort het in. In ons leven weten we niet zoveel maar nemen we van alles aan omdat we de bron vertrouwen. Laat God die betrouwbare bron zijn. Laten we vertrouwen op God die onze Vader is, die ons leven gewild heeft als een goed leven. Een God die ons lijden meegedragen heeft en die ons hoop geeft op een beter leven. Dat dit geloof ons leven mag leiden. |
||