![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
| Gaudete | |||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Preek van pastoor Remco Robinson, derde zondag van de Advent Een moeilijke start Een jaar of 6 geleden maakte ik op de universiteit de eerste les van de juniordocent liturgie mee. Hij was nog niet gepromoveerd, maar omdat de zittende hoogleraar niet vervangen kon worden, werd hij als aio gevraagd een aantal lessen over te nemen. De hoogleraar zat er deze eerste les bij. Hij had alles netjes voorbereid met hand-outs en hij gaf goed les. Tot op de tweede helft van het college de hoogleraar hem allerlei vervelende vragen begon te stellen over de theorieën die hij ons voorlegde. Het werd een vernederende vertoning. De juniordocent was natuurlijk geen partij voor de hoogleraar. Wat een mooie eerste les had moeten worden, werd een nare ervaring. De man is gelukkig door gegaan met lesgeven en nu is hij een ervaren docent liturgie en vlak voor mij gepromoveerd in Nijmegen. Hij moet groter worden en ik kleiner Het is blijkbaar moeilijk voor ervaren mensen om na vele jaren hun positie op te geven voor een nieuwkomer. Het komt overal voor, ook in de kerk. Het is zo bewonderenswaardig van de nieuwkomers dat ze zich niet uit het veld laten slaan, maar doorgaan en uiteindelijk de ervaring en het gezag krijgen om hun nieuwe functie goed te bekleden. Beginners kunnen het zichzelf ook heel moeilijk maken. Zeker als het gaat om de ideële sector, zoals in de kerk, maar ook in veel non-profit organisaties, begin je vol enthousiasme aan je nieuwe werk of functie. Je zit vol idealen en je wilt van alles gaan bereiken. Maar al na enkele maanden ervaar je dat de wereld weerbarstiger is dan je had verwacht. Je inspanningen hebben niet het effect dat je had gehoopt en als je oppast zit je binnen de twee jaar aan je burn-out of wordt je overspannen. Zo zou het ook kunnen zijn voor ons als we de weg van het evangelie willen gaan. Als we de verschillende stappen van de advent volgen, dan zijn we nu druk aan de slag. We werden op de eerste zondag wakker geschud en de ogen geopend voor wat er mis is in de wereld en in onszelf. Vorige week kregen we de taak om de weg van de Heer te bereiden, kortom handen uit de mouwen en aan de slag. Eenmaal bezig kunnen we dezelfde ervaring krijgen als de beginnende ideële werker. De wereld lijkt weerbarstiger dan je denkt, het is moeilijk om je nieuwe levensstijl vast te houden. Het elan van de eerste dagen neemt al af. Hoe kunnen we voorkomen dat we afhaken? Hoe voorkomen we dat we onze idealen, het vuur van onze bekering kwijtraken? Kortom, hoe kunnen we blijvend veranderen zonder na een tijdje weer te vervallen tot het oude, wat we nu juist niet meer wilden? Terug naar het visioen We hebben vandaag gelezen uit de profetie van Jesaja, het voorlaatste hoofdstuk. Het is het derde deel van het boek. Er is inmiddels al veel gebeurd in het koninkrijk Juda. Hadden de eerste profetieën betrekking op de dreiging van Edom en het Noordrijk Israël, de tweede op de terugkeer uit de Babylonische ballingschap, in het derde deel spreekt de profeet de mensen toe die zijn teruggekeerd. Vol enthousiasme zijn ze vanuit hun ballingschap teruggekeerd naar Jeruzalem. Ze begonnen de stadsmuur en de tempel weer op te bouwen, maar na een paar jaar neemt het vuur af. Het duurt lang, het werk is zwaar en zo ideaal is het leven in Juda nu ook weer niet. De profeet grijpt dan terug op beelden uit de eerste profetie. Het zijn die bekende beelden van de wolf en het lam, de leeuw en het rund en de slang, die nu stof moet eten. Dat laatste verwijst naar de vervloeking van de slang uit het scheppingsverhaal. Het is de belofte dat het kwaad overwonnen zal zijn. Wat Jesaja hier doet, is een belangrijke stap voor iedereen die iets moois wil opbouwen en weerstand ondervindt. Wanneer het vuur van ons enthousiasme begint te verflauwen, wanneer de veranderingen moeilijker zijn dan we hadden verwacht, dan moet het ideaal weer voor ogen komen, dan moet het oorspronkelijke verhaal weer verteld worden. Dan wordt het noodzakelijk om je weer te herinneren, waarom alles gebeurde. Verhalen vertellen en vieren Daarom zijn wij ook hier. Eigenlijk zijn wij allemaal leerlingen van de weg. Met de doop hebben we het op ons genomen om te leven volgens het evangelie. In ons leven ervaren we hoe moeilijk dat is. Nu in de Advent mogen we daar weer bij stil staan, ons bezinnen en ons leven herijken. Dat kan tot veranderingen leiden, maar ook tot een defaitisme. Je kunt als christen uitgeblust raken, het vuur van het evangelie niet meer voelen. Misschien wel je beseffen dat we het nog niet helemaal goed doen, maar de kracht missen om echt die weg van Jezus te gaan. Daarom is wat wij hier doen op zondag zo belangrijk. We luisteren weer naar de verhalen uit de Bijbel, we horen weer wat die weg van Jezus inhoudt. De profetieën worden weer verkondigd. Maar we doen meer dan dat. We vertellen elkaar niet alleen de oude verhalen om elkaar te inspireren, we beleven die verhalen ook. We beleven ze in de viering, in de gezangen die we zingen, de gebeden die we bidden en in de eucharistie, waarin we met brood en wijn met elkaar en met Jezus Christus verbonden worden. We beleven weer die eenheid die Jezus’leerlingen met Hem ervaarden. Dat is de bedoeling tijdens de viering op zondag, elkaar inspireren, aanvuren en vooral steunen, want we doen het samen. Het vuur brandende houden Tijdens de Olympische Spelen was het zo problematisch om het vuur brandende te houden. Het is voor christenen niet gemakkelijker om het vuur van de heilige Geest brandende te houden. Vooral niet omdat we meestal niet zelf gegrepen werden door de verhalen over Jezus en over God. Het geloof hebben we meestal van onze ouders gekregen. We zijn ermee opgevoed. Het vuur is nooit zo groot geweest, maar toch laat het ons niet los en is het waakvlammetje nooit helemaal uitgegaan. Samen als kerkgemeenschap kunnen we het vuur brandende houden. Tijdens de parochiedag kwamen de verschillen in geloofsovertuiging en geloofsbeleving naarvoren. Aan de ene kant was iemand volkomen overtuigd van de zin van het geloof, de ander stond er twijfelend in. Maar ook kwam naarvoren dat je niet altijd alles even zeker hoeft te geloven, omdat je deel bent van de gemeenschap. Soms kan een ander het over nemen en kun je je door het geloof van de anderen laten meenemen. Het is als het zingen van de geloofsbelijdenis. Je gelooft misschien niet iedere letter, maar het is het credo van de gemeenschap en daar hoor jij bij, soms als steunpilaar en soms als lifter. Zolang we als gemeenschap de verhalen blijven vertellen en vieren, blijft het vuur branden. |
||