![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
| Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? | |||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Preek van pastoor Jan de Haan op de derde zondag van de Advent Inleiding “Gaudete” heet deze Derde Zondag van de Advent, naar de oproep van de apostel Paulus: “Verblijdt u in de Heer te allen tijde…” (Filippenzen 4,4) De naderende komst van de Heer moet alle redenen geven om ons te verblijden. In het evangelie van vandaag klinkt echter het woord van Johannes de Doper vanuit de gevangenis: een onmogelijke plaats om je te verblijden. Profetenwoorden klinken bijna altijd uit onverwachte hoek en ze bewerken ook onverwachte en haast onmogelijke dingen: mensen die het niet meer zien zitten, gaan kijken met andere ogen en verharde mensen beginnen weer te luisteren. Overal waar mensen weer “heel” worden, “geschiedt” het woord van God midden onder ons, wordt Gods kracht voelbaar. Dat ook wij onze ogen en ons hart openen voor het heil dat komen gaat en er ons oprecht over verblijden. Preek “Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten”?
Vruchtbare woestijn In de Jesajalezing wordt de verwachting uitgesproken dat de woestijn gaat bloeien. Met dit beeld wordt het volk vergeleken dat in ballingschap moet leven, ontworteld en misschien gedoemd om als volk te sterven. Volkeren in den vreemde verliezen vaak hun identiteit. Israël is moedeloos, maar wordt opgeroepen om sterk te zijn, want God komt bevrijden en de woestijn zal bloeien. Lijkt deze verwachting niet ongerijmd? Toch is het beeld heel reëel. Zelfs in de woestijn valt regen. Soms een buitje, meestal een plensregen die alles meesleurt. En dan, een dag of een week later, bloeit de woestijn! Het droge zand is een sappig, kleurig tapijt geworden. De doodse stilte is veranderd in een gerucht en een bewegen van vele kleine en grotere dieren. De dorre vlakte schittert van leven. Dat leven lag verborgen als zaden in het zand; dat heeft geduldig gewacht – evenals de dieren – tot er regen kwam en er weer voedsel te vinden was. Zo zal, zegt Jesaja, wat afgestorven leek, hersteld worden en uitbundig leven: de ogen van de blinde, de oren van de dove, de benen van de verlamde! Het volk dat door de profeet vergeleken wordt met de doodsheid van de woestijn, mag niet vergeten dat zelfs de kaalste vlakte kan veranderen in het groenste veld. Met zijn verwachting geeft Jesaja aan het volk een perspectief om sterk te zijn en niet bang, om te blijven geloven in het leven dat van God komt, hoe onzichtbaar en ongerijmd ook. Zoals de boer Ook Jakobus gebruikt verwachting als perspectief om het vol te houden. In zijn brief roept hij zijn lezers en hoorders op om te handelen naar hun geloof. In de tekst van vandaag is de verwachting van de spoedige komst van de Heer een motivatie tot geduld en moed. Hoewel Jakobus over de boer spreekt die geduldig op de oogst wacht, is dit geduldig wachten niet passief. Geduld in de Bijbel is een eigenschap van God: Een vorm van liefde, een bereidheid om de ander de ruimte te geven voor eigen oplossingen. De verwachting van de spoedige komst van de Heer, de Rechter die voor de deur staat, is ook de motivatie om niet te klagen. Op het laatst wordt het voorbeeld van de profeten genoemd. Hier gaat het niet over verwachting. In het volgende vers (11) worden degenen die standhielden gelukkig geprezen. Als voorbeeld van standvastigheid geldt Job. De verwachting is niet de droom dat alles goed komt, maar een koppig volhouden, vasthouden aan een andere werkelijkheid dan die voorhanden is, en daarnaar blijven handelen, een blij afstemmen op een wereld van liefde waarvan nog weinig te zien is, maar die wel gezaaid is in onze werkelijkheid. Anders dan verwacht In het evangelie van Matteüs is verwachting sterk verbonden met Johannes de Doper. Johannes de Doper verwacht iemand die sterker is dan hijzelf. Vanuit de gevangenis laat hij via zijn leerlingen aan Jezus de vraag stellen: “Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten”?
Afgelopen zondag hebben we Johannes de Doper leren kennen als een man die recht door zee gaat, die alle schijnheiligheid wil ontmaskeren, die vurig uitziet naar de tijd dat nu eindelijk eens het kaf van het koren gescheiden gaat worden. Hij had koning Herodes terecht gewezen omdat die een relatie met zijn schoonzus was aangegaan. Door deze stijl van optreden belandde Johannes in de gevangenis. Daar krijgt hij tijd om na te denken en dringen verhalen over Jezus tot hem door die hem ernstig aan het twijfelen brengen. Johannes heeft blijkbaar moeite om in het werken van Jezus iets te herkennen van zijn eigen toekomstverwachtingen. De dingen die Jezus doet zijn mooi, maar moet het niet radicaler? Moet het niet fundamenteler? Moet het niet structureler, zouden wij misschien zeggen. Johannes staat in de traditie van de profeten van het Oude Verbond. Hij zal dat grootse toekomstvisioen van Jesaja hebben gekend: de woestijn die zal bloeien, de dorre vlakte die zal pronken met bloemen. Maakt Jezus dat visioen waar? “Er is een roos ontsprongen”, zingen we met Kerstmis. Maar Johannes vraagt zich af of dat niet een beetje weinig is. Jezus geeft geen rechtstreeks antwoord op de vraag of Hij degene is die Johannes verwacht. Wel is Jezus duidelijk over wat het optreden van de Messias inhoudt. Blinden gaan zien en verlamden lopen. Melaatsen worden gereinigd en doven kunnen weer horen. Doden worden opgewekt en aan armen wordt het goede nieuws bekend gemaakt. Het is belangrijk welke houding iemand inneemt tegenover Jezus. Verwachtingen kunnen aanleiding zijn om aanstoot aan Hem te nemen. Wij hoeven niet in een gevangenis te zitten om te weten dat het soms donker kan zijn in ons leven. We kunnen diep in de put zitten vanwege een of andere gebeurtenis in ons persoonlijk leven. Hoeveel mensen zijn niet depressief? Als gelovigen kunnen wij twijfelen en er aanstoot aan nemen dat God zo heel anders is dan we verwachten. Als we op de TV de slachtoffers zien van de overstromingen in Bangladesh, mensen die al in krotten wonen en nu nog eens dakloos zijn en neerzien op hun verwoeste velden. Of als we zitten te kijken naar de uitzichtloze situatie van mensen na een aardbeving. Of de schrijnende beelden zien van de gruwelijkheden in de Gaza-strook of Darfur, dan stellen velen zich de vraag: “Waarom laat God dat allemaal toe? Kan HIJ daar echt niets aan doen?” Het probleem is dat we niet alleen in God geloven, maar in een goede God. Een God die Jezus “barmhartige Vader” heeft genoemd. Hoe kan je die goede, lieve Vader rijmen met al die ontzaglijke ellende in onze wereld? Het blijven pijnlijke vragen. “God schrijft recht op kromme lijnen”, zeggen sommigen dan. Wat wij afschuwelijk vinden, is blijkbaar anders in de ogen van God. Wat wij krom en scheef vinden, is dat kennelijk niet voor God. “Gods wegen zijn niet onze wegen”, klinkt het dan. Vroeger zij men zelfs dat God juist zijn beste vrienden op de proef stelt. Men repliceerde dan met de opmerking dat men dan liever niet tot de “beste vrienden” of liever niet tot het “uitverkoren volk” behoorde. Het staat er als een soort vermaning: “Gelukkig is degene die aan mij geen aanstoot neemt.” Toch denk ik dat God het ons niet kwalijk neemt als we soms aanstoot aan HEM nemen en geërgerd zijn. Blijkbaar zit de relatie van God met ons mensen en met de wereld, anders in elkaar dan we denken. Uiteindelijk blijft God een groot mysterie. En wie zijn wij om God ter verantwoording te roepen omdat HIJ de wereld en ons, mensen, zó en niet anders heeft geschapen? Ook Johannes was verbaasd dat Jezus, de Messias, zo anders deed en sprak dan hij verwacht had. Misschien hoopte hij wel heimelijk dat Jezus hem uit de gevangenis zou bevrijden. Zoals wij redding verwachten, als we tot God of tot Jezus bidden. Maar de redding komt niet. Mensen blijven ziek en gaan dood. Onschuldige mensen blijven het onderspit delven. Onrecht, corruptie, geweld blijven heersen. Onze toekomst en die van de aarde ziet er somber uit. En waar blijft God? Als gelovigen zeggen wij dan: God blijft bij ons. Ik hoorde het pas nog een man zeggen die vocht op leven en dood voor zijn gezondheid: “Ik bid en smeek God om hulp, maar ik heb het gevoel dat het niet verder komt dan het plafond”. Waarop zijn vrouw heel treffend reageerde met: “Je hoeft niet door het plafond heen, want God staat naast je”. Precies omdat God liefde is, omdat God zo sterk en zwak is als de liefde, tegelijk zo weerloos en zo krachtig, staat HIJ naast ons. In zijn relatie tot de mensen maakt God geen gebruik van macht en majesteit. God geeft mensen ruimte, vrijheid, verantwoordelijkheid. HIJ laat ons delen in zijn scheppingwerk en in zijn goddelijk bestaan. God is altijd een geassocieerde God. Het is Gods wil dat wij vanuit zijn Geestkracht deze wereld omvormen tot zijn Koninkrijk van liefde, gerechtigheid en vrede. Ja, inderdaad, je kunt van God niet zeggen dat HIJ liefde is, als HIJ tegelijk zoveel afschuwelijk lijden in de wereld laat gebeuren. Een God die boven de natuurwetten staat en boven de wetmatigheden van ons menselijk leven en tegelijk zou kunnen ingrijpen en het niet doet, verdient onze lofprijzing niet en is onze dankbaarheid niet waardig. Integendeel! Dan is HIJ een onbetrouwbare God, die naar willekeur en goeddunken de hele werkelijkheid kan veranderen. Zo is God niet! God maakte zich kenbaar aan Mozes als: “IK-ZAL-ER-ZIJN”, Ik ben er voor jullie. God is een meegaande God, een solidaire God, een meelijdende God, een liefdevolle Tochtgenoot, een God die zijn menslievendheid toonde in het leven en optreden van Jezus van Nazaret. God is de geheel Andere, anders en zoveel groter dan wij mensen, maar toch geen vreemde buitenstaander. God is, zoals Augustinus zei: “dichter bij ons dan ons eigen zelf”. God is, wat ook in het geheim van de heilige Drievuldigheid wordt uitgedrukt: Vader: God boven ons, Zoon: God naast ons, Geest: God in ons. Uitzuiveren Zou Johannes de Doper in de gevangenis nagedacht hebben over zijn eigen verwachtingen ten aanzien van de Komende Messias? Wie religieus van toeten noch blazen weet en met Kerstmis naar de kerk komt, aangetrokken door het gerucht dat christenen dan de geboorte vieren van de Zoon van God, komt in die kerk oog in oog te staan met een in elkaar geknutselde stal. In die stal staat een voerbak met daarin een pasgeboren kind, liggend onder de neusgaten van een os en ezel. Zal die persoon dan toch niet even denken: is dat alles? Is dat nou het beeld van de Zoon van God, Emmanuël, God met ons? Wie iets van het christendom wil begrijpen en wie het evangelie van Jezus wil verstaan, wordt gedwongen om na te denken over zijn verwachtingen ten aanzien van God en de toekomst van God. Die is verplicht om zijn hoop bij te stellen en af te stemmen op een andere golflengte. Die moet zijn verlangens uitzuiveren. En dat is toch iets anders dan de drive van Johannes de Doper om het koren te zuiveren van het kaf. Deze bijstelling van alle verwachtingen vind ik prachtig verwoord Niet als een storm, als een vloed, Maar als een glimp van de zon, |
||