![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
| Eusebiusviering 2009 | |||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Preek van pastoor Remco Robinson, 30 augustus 2009 Wanneer mag je liegen? Een moslim vertelde mij eens dat je binnen de Islam maar op één moment mag liegen: Als een vrouw je vraagt of ze er mooi uit ziet. Het is inderdaad wat wreed om op die vraag: ‘Nee!’ te zeggen. Maar met dit voorbeeld komen we meteen bij de kern van het probleem: Soms is de waarheid moeilijk, om haar te zeggen en om haar aan te nemen. Een ander voorbeeld: Een kind wordt op school altijd gepest. Hij is te dik. Zijn ouders willen hem sparen en ontkennen dat hij te dik is met de bekende woorden: Nee, je bent niet dik, alleen maar fors. Later bekijkt te jongen zijn kinderfoto’s. Hij wordt boos en zegt tegen zijn ouders: Als jullie er toen wat van hadden gezegd, had ik er wat aan gedaan. De waarheid kan soms kwetsend zijn. Het verzwijgen ervan blijkbaar ook. Dit waren maar onschuldige voorbeelden, maar ook bij belangrijkere zaken willen mensen soms de waarheid niet horen. Dat is psychologisch te verklaren: soms is de waarheid te hard om mee te leven. Een voorbeeld is doodgaan. We weten allemaal dat we een keer dood gaan, maar echt met deze waarheid leven doen we niet. We laten ze niet echt tot ons doordringen. Dat zou het leven immers ondragelijk maken. Maar net zo moeilijk om te accepteren is het sterftecijfer in de Derde Wereld. We houden ze allemaal ver van ons bed. We willen ze graag verdringen. Dit is deels noodzakelijk. Anders zou elke levensvreugde onmogelijk worden en we moeten ook verder gaan met ons leven. Maar toch... Wanneer laten we de volle waarheid dan wel tot ons doordringen en nog erger: wanneer durven we zelf die waarheid te vertellen? Hoe kun je van de waarheid getuigen als de wereld haar niet wil horen? Waarom je leven geven voor de verkondiging? Het is voor ons vandaag altijd moeilijk te begrijpen dat iemand martelingen en de dood doorstaat voor zijn geloof. Bovendien, zou iemand niet veel meer mensen kunnen bereiken door even te doen wat zijn vervolgers vragen en daarna ondergronds verder te gaan? Maar het gaat om meer dan alleen maar praten over Jezus. In het Romeinse Rijk mocht iedereen zijn geloof uitoefenen, zolang hij of zij ook maar aan de staatsgoden offerde. Dit weigerden de christenen vanwege het verbod op afgoderij. Het gaat dus niet alleen om verkondiging, maar om de vrijheid van godsdienst, die ook nu nog in onze grondwet staat. Bovendien gaat het om de waarheid. Durf je te staan waar je voor staat of ga je als een huichelaar doen wat een geweldenaar wil? Uiteindelijk gaat het om verzet tegen onderdrukking en dat is waar het in het christendom nu juist om ging. Een bevrijding van onderdrukking. Niet door een guerilla-strijd of een burgeroorlog te beginnen, maar door innerlijk vrij te zijn. In alles wat je doet al leven alsof je in het koninkrijk van God staat, waar het gaat om gerechtigheid en vrede. Daar horen geen gedwongen offers bij, daar laat je je de mond niet snoeren door dreigementen, maar daar spreek je vrijuit over wat jouw waarheid is. Je komt op voor het geloof in Gods koninkrijk, om wat Jezus vertelde en deed. Het wonder van Sint-Eusebius betekent dan ook dat dreigementen en zelfs martelingen zijn verkondiging niet konden tegenhouden. Zelfs Eusebius vermoorden heeft zijn verkondiging niet gestopt. Nog steeds klinkt zijn stem als het verhaal van deze heilige verteld wordt. Onze verkondiging Geconfronteerd met deze heilige staan we voor de vraag hoe het staat met onze verkondiging? We zullen niet snel meer verkondigen dat het christendom de enige ware godsdienst is, of dat mensen alleen via Jezus tot het heil kunnen komen. We mogen immers geloven dat Gods goedheid groter is dan de grenzen van onze kerk en ons geloof. Toch doen we ons geloof geen recht als we ons ervoor schamen. Als ons geloof gaat over gerechtigheid en vrede, over innerlijke vrijheid en een liefdevolle God, dan is ons geloof iets wat mensen geluk brengt. Dat gunnen we iedereen en daar mag iedereen over horen. Maar met enthousiast praten alleen komen we er niet. Het gaat in zijn geheel om waar we voor staan, wat blijkt uit onze woorden én daden. Het gaat dus ook over hoe we leven en welk leven we voorstaan. Dan komt de vraag naar de waarheid op een andere manier terug. Durven we dan de waarheid van het leven op deze aarde tot ons te laten doordringen? Durven we de waarheid van geweld en uitbuiting van zwakkeren in de wereld tot ons door te laten dringen? Kunnen we aannemen hoeveel vernietiging er op deze wereld plaatsvindt door menselijk handelen? Hoeveel richten wij aan door ons handelen? Durven wij die waarheid tot ons door te laten dringen? Sterker nog, durven wij voor die waarheid te staan, dus ons handelen te veranderen? Durven wij hierover te praten. Hoe reageer je op je buurman die enthousiast vertelt dat hij een tweede auto heeft gekocht? Zeg je dan niet ook beleefd: ‘Mooi, gefeliciteerd!’? Als je zou zeggen: ‘Tjonge, is dat nou nodig, wat een verspilling en vervuiling!’ Dan hoef je de volgende keer niet op de koffie te komen. Of wil je dat in principe toch al niet meer, omdat het Douw Egberts is, in plaats van Max Havelaar. Zo dichtbij komt het als je consequent wilt staan voor gerechtigheid en vrede. Het gaat om keuzes, van jezelf en je omgeving. Het kost veel Dat het moeilijk is om te getuigen van de waarheid, blijkt ook uit de lezingen van vandaag. Jeremia neemt enthousiast Gods woord tot zich, als voedsel, maar hij wordt er eenzaam van, lijdt onder de mensen die hem bestrijden. Toch mag hij zijn boodschap niet aanpassen: de mensen moeten zich aan hem aanpassen, niet andersom. Ook Timoteüs krijgt te horen dat hij moet blijven getuigen, wat er ook gebeurt. Zijn voorbeeld moet Jezus zijn, die getuigt voor Pilatus. In het evangelie waarschuwt Jezus zijn leerlingen: ze zullen je uit de synagoge gooien, je uitleveren en berechten. En toch moet je spreken. Hij zegt ook dat je niet bang hoeft te zijn. De heilige Geest zal je de woorden geven. Waar haal je de moed vandaan? Maar waar haal je dan de moed vandaan? De woorden van Jezus zeggen ons
dat we hulp zullen krijgen. De heilige Geest zal ons de woorden geven.
De voorbeelden die we hebben, van Jezus, de apostelen en de andere heiligen,
laten zien hoe mensen in extreme omstandigheden de kracht en de moed vonden
om te verkondigen. Als zij vervolging en dood hebben kunnen doorstaan
voor de waarheid, dan kunnen wij die niet vervolgd zullen worden, maar
misschien vreemd aangekeken of in het ergste geval ruzie krijgen, dit
toch ook doorstaan. Dan moet het voor ons toch ook mogelijk zijn in deze
wereld, hier en nu, te getuigen, want de waarheid is nog steeds dezelfde:
er is een God die ons liefheeft, die gerechtigheid en vrede voor ons allen
wil en die ons de weg wijst daar naartoe. Dat we hiervan mogen blijven
getuigen in woord en daad. |
||