![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
| Door het geloof in Jezus verrijzen we nu al uit de dood | |||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Preek van Remco Robinson, 5e zondag van de Veertigdagentijd Heer, als U hier was geweest, zou bisschop Bert niet gestorven zijn Het is misschien wat wrang om zo kort na de begrafenis van bisschop Bert te moeten lezen over Lazarus opwekking. We kunnen ons zo verplaatsen in Martha. We zouden het misschien wel willen uitroepen naar God toe: Heer, als U hier was geweest, zou bisschop Bert niet zijn gestorven. Allemaal mooi die verhalen over de verrijzenis, maar je ziet er hier niets van. Mensen gaan gewoon dood. Wat heeft het nu zin, dat geloof in Jezus, het vieren van Pasen. Uiteindelijk worden we toch ziek en gaan dood. Wat betekent voor ons de opstanding als we nog steeds doodgaan? Inderdaad lijkt het allemaal betekenisloos, zeker zo kort na iemands overlijden. Als de opstanding dan mogelijk is, waarom mogen we dat nu niet merken? Moeten we dan maar wachten op het einde der tijden. Dat is ook al zo’n moeilijke zaak om in te geloven. Het is een paradox die ons christenen steeds weer overkomt. We lezen in de Bijbel over het leven met God. We lezen over de genezing van zieken, We belijden de opstanding uit de doden en het eeuwige leven. Toch ervaren we tegelijkertijd dat mensen om ons heen ziek worden. Dat mensen lijden en dat mensen doodgaan. Iedere keer is dat een klap uitgedeeld aan ons geloof, een moment, waarop we ons moeten afvragen wat we nu eigenlijk geloven en wat ons geloof voor ons betekent. Wat betekent nu dat geloof in de opstanding. Wat heeft het voor zin de profetie van Ezechiël en het verhaal van de opwekking van Lazarus te lezen? De dubbele betekenis van de opstanding uit de doden De lezingen van vandaag tonen ons de dubbele betekenis van de opstanding uit de doden. De lezingen van vandaag gaan alle drie over leven en dood en leven dat niet door de dood overwonnen kan worden, een hernieuwd leven. Ezechiël profeteert over een dal vol doodsbeenderen.
Deze beenderen zijn het volk van Israël, zegt God. Het zijn niet gestorven mensen, maar het volk Israël tijdens Babylonische ballingschap. Het volk is gedeporteerd en nu is de levenskracht eruit. De botten zijn verdord en de hoop is vervlogen. De levensdraad is afgesneden. Het volk is ten einde raad en weet niet hoe het verder leven moet. Dan antwoordt God dat Hij de graven zal openen en het volk Zijn adem zal geven. Dit is de ruach, de levensadem of geest van de Heer. De geest die over de wateren zweefde en in het scheppingsverhaal het leven voortbrengt. Het is deze geest die weer nieuwe levenskracht en moed geeft om te kunnen geloven in de terugkeer, om hoop te hebben. In het evangelie gaat het ook om een hopeloze situatie. De Joden geloofden in een opstanding van de doden na drie dagen, maar Lazarus lag al vier dagen in het graf en hij stonk al. Lazarus wordt opgewekt uit de doden. Hij is echt gestorven, maar hij hoeft niet te wachten op de verrijzenis op de laatste dag. Jezus, die zelf de verrijzenis is, roept hem terug. Jezus ontkent niet de verrijzenis op de laatste dag, waar Martha in gelooft. De opwekking van Lazarus is echter iets anders, Ze wijst vooruit naar Jezus’ eigen opstanding. De opstanding krijgt door de opwekking van Lazarus en Jezus’ eigen verrijzenis een andere betekenis. Jezus zegt het zelf: Ik ben de opstanding en het leven. Jezus ontkent niet geloof van Martha in de verrijzenis op de laatste dag, maar hij geeft een nieuwe betekenis aan de opstanding. De opstanding is niet alleen maar iets van het einde der tijden, maar kan hier en nu plaatsvinden. Dat komt net als bij de profetie van Ezechiël door de levensadem of Gods geest.
Jezus is zelf in die geest de opstanding. Door Jezus te belijden als de Messias en Zoon van God, kunnen wij delen in zijn opstanding. Niet dat we niet meer doodgaan. Jezus zegt dat ook: Wie in mij gelooft, leeft ook al sterft hij. De opstanding wordt iets voor binnen in het leven. Dat komt door Gods levensadem of –geest. Wij, gedoopten, hebben die levensadem of geest ontvangen. Daarom delen wij in de opstanding die Jezus is. Ieder die leeft en in Jezus gelooft zal nooit meer sterven. Het geloof in Jezus als de messias geeft je een nieuw of hernieuwd leven en daaraan kan zelfs de dood geen einde maken. Wat is dan dit hernieuwde leven? Paulus maakt het duidelijk: het is vrij zijn van zonden. Zonden maken de mens dood. Zonden leiden niet alleen tot het kwetsen van anderen, maar het verwijdert je ook van je bestemming, van je mens zijn, wij zouden zeggen je kind van God zijn. De opstanding die Jezus is, betekent daarom niet alleen een leven na de dood, maar ook een opstaan in dit leven, omdat we niet meer gebukt gaan onder de zonden. Dat betekent niet dat wij christenen volmaakte mensen zijn, maar wel dat we met ons geloof in de navolging van Jezus de mogelijkheid hebben om de zonde te overwinnen. Als we werkelijk leven naar Gods geest, dan brengen we geen kwaad meer voort. Met vallen en opstaan kunnen we de weg van Jezus gaan, een weg die naar het leven voert, voorbij aan de zonde. Dat leven kan niemand ons afnemen. Ook al gaan we dood, we blijven dan leven in Gods geest. Dat wordt duidelijk in het paasverhaal. Jezus is het vlees geworden woord, God in menselijke vorm, mens vervuld van Gods geest. Die mens leeft helemaal volgens Gods geest. Hij is vrij van zonde en de volmaakte liefde. Die mens kan wel worden gedood door de machthebbers van zijn tijd, maar God wekt hem op uit de dood. Datzelfde lot staat ons te wachten als gedoopten, mensen die geloven in Jezus als messias en over wie de geest van God is uitgestort. Als we leven in die geest, dan hebben we al een hernieuwd leven, dan delen we al in de opstanding, omdat de zonde, die in ons leven de dood brengt, is overwonnen. De dood zelf kan aan dat leven geen einde maken. Geloof in Jezus doet ons leven, zelfs als we sterven. Het blijft een mysterie, maar ons geloof in Jezus geeft ons een dubbele opstanding. We mogen uitzien op de opstanding der doden op de laatste dag, maar daarnaast beleven we nu al de opstanding van de doden in ons eigen leven. De geest van God laat ons een nieuw leven leiden, waarin we mogen leven naar Gods geest. In die geest zijn we in Gods handen geborgen, ook al sterven we. Ons leven blijft in God, bij wie we geborgen zijn totdat we verrijzen in de opstanding der doden. Bisschop Bert is niet dood, maar leeft! Dit is allemaal moeilijk te geloven zo kort na de begrafenis van bisschop Bert. Toch komt het er nu op aan. Als Pasen echt iets voor ons betekent, dan hebben we die betekenis nu nodig. Een dierbare is gestorven, maar hij heeft geleefd. Hij leefde naar Gods geest. Bisschop Bert bestuurde, ondersteunde en doceerde vanuit Gods liefde en barmhartigheid. Dat leven kan niet worden afgebroken door de dood. Dat mogen we geloven: Ook al is hij gestorven, in Gods handen leeft bisschop Bert nog steeds.
|
||