![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
| Willibrord | |||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Preek van pastoor Remco Robinson, 8 november 2009 Worden de bankiers gesteund door evangelie Het is misschien een risico in de kredietcrisis dit evangelie te lezen. Met de Bijbel in de hand kunnen de bankiers die de crisis hebben veroorzaakt, zichzelf verdedigen. Zij hebben de talenten in elk geval geïnvesteerd. Misschien speelt het feit dat Matteüs zelf een tollenaar was hier ook wel mee. Wat hebben wij met onze 5 talenten gedaan? Gelukkig leidt een nauwkeurige lezing van het evangelie tot een andere betekenis. Het woord talenten is voor lezer van vandaag misleidend. We denken aan talenten als iets wat we zelf goed kunnen maar het gaat in feite om geld. Eén talent was 6000 denariën waard. 1 denarie is een dagloon. 6000 daglonen zijn een groot kapitaal, helemaal als het om 5 talenten gaat. Dan is het een groot kapitaal. Het gaat hier dus om een schat die we krijgen om te beheren. Welke schat hebben wij dan gekregen. Er zijn er vele te noemen, ook in de zin van onze talenten. In het kader van het feest van Sint-Willibrord heeft het een specifieke betekenis. Willibrord bracht het christelijk geloof vanuit Ierland naar Nederland en heeft de kerk van Utrecht gesticht. Onze aartsbisschop van Utrecht, Joris Vercammen, is zijn opvolger. De schat is dus de geloofsschat en de kerk. Wat hebben wij met die schat gedaan? Hoe gaan we er nu mee om? Die vraag is problematisch. De meeste kerken zijn nu aan het overleven. Ze treffen allerlei maatregelen. Sommige kerken verharden, trekken de lijntjes strak. Andere kerken populariseren. Het doel is hetzelfde: mensen trekken. Ook de Oud-Katholieke Kerk van Nederland wil groei. Maar is dat wel de schat, of is het alleen de gestalte van de schat? De Hebreeënbrief vertelt ons vandaag dat onze stad niet blijvend is. We moeten daarentegen verlangend uitkijken naar de stad die komt. We moeten dus oppassen dat we de kerk en ons geloof niet alleen in de huidige gestalte vast willen houden. Dan zijn we zoals de dienaar die zijn talent in de grond stopt. Dan kan er niets mee gebeuren. Het gaat echter bij goed beheer om iets anders. De talent moet vruchtbaar worden. Dat vraagt om behoud van inhoud. Daarom moeten we de gestalte niet per se willen behouden, maar de inhoud vertalen. Goed beheer van ons geloof betekent haar vertalen naar vandaag. Als het gaat om de inhoud en betekenis van ons geloof en de kerk, dan is zelfde vorm geen garantie van behoud. Betekenissen veranderen naar gelang de tijd en de groep mensen. Als we teveel vorm conserveren, gaat de inhoud verloren. In het geval van de kerk gebeurt dat door verlies aan relevatie. De kerk wordt dan iets uit verleden. De kerk kan dan ook populair zijn zoals de kerken met een Tridentijnse liturgie nu populair zijn. Maar dan zwelgen we alleen maar in nostalgie en wanen we ons in een andere tijd of wereld. Zo’n kerk is totaal niet relevant voor het echte leven, heeft niets met het gewone leven te maken. Daarom moeten we het geloof en de kerk durven vertalen zoals de goede dienaar durfde te investeren. We nemen dan een risico nemen, maar uiteindelijk wordt de talent vruchtbaar. Vertalen kan met betrekking tot de boodschap. Zoals het woord, voerbak, meer relevantie heeft dan het nostalgische woord, kribbe, uit het kerstverhaal. Maar er zijn ook andere facetten: kerk als instituut. De geschiedenis leert dat door eeuwen heen de kerk steeds een andere gestalte heeft gehad. Van huiskerk werd ze tot nationale kerk, later zelfs wereldkerk. In de Middeleeuwen leefden bisschoppen en abten zoals de edelen en hadden wereldlijke macht. In het protestantisme werd de kerk veel meer zoals steden vorm gegeven: ze kreeg kerkenraad vergelijkbaar met een stadsbestuur. Later werd de katholieke kerk steeds meer een monarchie. De paus kreeg dezelfde positie als bijvoorbeeld Lodewijk XIV. Nu draait het om democratisering zoals in onze kerk de synode een plaats heeft gekregen. Bovendien werkt de kerk meer als een vereniging, waar je voor kiest bij te horen. Willen we de kerk dus goed vertalen dan moeten we op zoek naar een manier om haar relevant te laten zijn voor nu. Ook de liturgie moeten we vertalen. Denk maar aan de viering in het Nederlands in plaats van het Latijn. De liturgie is een ritueel en daarbij gaat het juist om communicatie door woorden, handelingen en symbolen. Deze moeten helder zijn om verstaan te worden. Door eeuwen heen waren ze ondoorzichtig geworden en daarom is de liturgische beweging op gekomen. Er zijn nu minder, maar wel sprekende symbolen. Ook het kerkgebouw is door de eeuwen heen van gestalte veranderd. Vroeger had men een huiskerk, later kwamen de basilica’s. Het werd steeds meer een soort tempel. Nu is het idee dat we samen rond de tafel zitten. Er zijn minder ‘afleidende’ dingen in de kerk. Het gebouw krijgt meerdere functies en moet meerdere groepen mensen aanspreken. Bij de gemeentevergadering komt dit voor onze kerk aan de orde. Het pastoraat is eveneens anders geworden. In de eerste eeuwen waren pastores vooral herders die mensen leiding in hun leven gaven. In de Middeleeuwen waren ze bemiddelaars van heil. De renaissance bracht dominees als leraren. Nu bieden we veel meer begeleiding en hebben we een managementtaak. We staan naast mensen in hun leven, coachen ze om een goed en zinvol leven te krijgen en organiseren de parochie. Het parochieleven is totaal veranderd. Vroeger draaide het hele leven rond de kerk. Nu neemt ze enkele plaatsen in in de agenda. Daarom speelt nu juist de vraag naar relevantie. Mensen doen alleen nog mee als het voor henzelf relevant is. Hoe kun je beoordelen of vertaling goed is? Veel christenen vinden het moeilijk om de gestalte of vorm van geloof en kerk los te laten. Ze vatten het op als je op glad ijs of een hellend vlak begeven. Dan zouden we alles verliezen. Maar de vertaalslag maken is niet onkritisch. Het betekent niet dat je ervan kunt maken wat je wilt. Er si een duidelijk criterium. Dat krijgen we als we het evangelie van vandaag iets verder lezen. Na de passage over de talenten spreekt Jezus over het oordeel van de mensenzoon en de scheiding van schapen en bokken. Zijn criterium zal dan zijn: wat je voor de minsten gedaan hebt, heb je voor mij gedaan. Kortom, het criterium voor de vertaalslag is onze missie: de taak van de kerk moet door haar gestalte gedragen worden. Vormen moeten helpen bij de verkondiging, de liturgie, het bestuur, het pastoraat en het parochieleven. Daarom moeten we zoeken naar nieuwe vormen die werken. Opdracht geloof en kerk vertalen naar vandaag Willibrord heeft ons het geloof in Jezus Christus en de Kerk gegeven. We moeten deze schat niet als de dienaar in de grond stoppen en bewaren. Dan willen we de gestalten van geloof en kerk hetzelfde houden. We ontkennen dan de vele veranderingen die zij ondergaan hebben in de geschiedenis. We moeten de gestalte echter durven aanpassen om aan de inhoud recht te doen. Dan zullen we als vreugdeboden dankbaar en met blijdschap ontvangen worden. Geloof en kerk doen er dan toe en zijn niet langer een relict uit het verleden, iets stoffigs of voor museum voor de nostalgische neus.Geloof en kerk hebben dan betekenis voor ons vandaag. Geen blijvende stad De Hebreeënbrief vertelt ons dat onze stad niet blijvend is. Het is een waarschuwing dat we ons niet mogen vastklampen aan wat we nu hebben, in ons persoonlijke leven, maar ook de kerk van nu. De kerk is slechts een tijdelijke vorm van het hemelse Jeruzalem. Op het punt naar gehoorzaamheid van parochianen aan hun leiders, zodat jullie mij geen reden tot klagen geven, zal ik maar niet ingaan. |
||