![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
| Aswoensdag | |||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Preek van pastoor Remco Robinson t.g.v. Aswoensdag 2008 Carnaval en vasten Je zou toch zeggen dat carnaval en vasten bij elkaar horen. Immers, wat heeft het voor zin om enkele dagen flink feest te vieren als je daarna niet gaat vasten en dus alle feestelijkheden en lekkernijen opgeeft? Dan wordt het gewoon het zoveelste feestje waarbij je je te buiten kunt gaan aan eten en vooral drank. Toch is het zo dat wanneer je aan een groep mensen vraagt wie er carnaval viert en wie er vast, dit meestal verschillende mensen zijn. Degenen die carnaval vieren, vasten niet en degenen die vasten houden niet van carnaval. Hoe dan ook, voor de laatste groep is de kans op feestelijkheid nu verkeken en de tijd voor inkeer begonnen. Is het nodig dat wij God gunstig stemmen door aalmoezen, vasten en bidden? Maar waarom vasten? Als we de eerste lezing van vandaag bekijken, dan zien we dat de bevolking wordt opgeroepen om te vatsten om God weer gunstig te stemmen. Er dreigt gevaar en dat wordt waarschijnlijk veroorzaakt doordat het volk niet naar God heeft geluisterd. De profeet Joël waarschuwt voor het gevaar en roept dan de bevolking op tot vasten, maar vooral tot bekering. Ook in het evangelie heeft Jezus het over het verwerven van schatten in de hemel en het loon ontvangen, wanneer je op de juiste wijze vast, bidt en aalmoezen geeft. In de veertigdagentijd wordt dit ook van ons verwacht: onthouding van luxe en lekkernijen, meer bidden en bezinning en wat we besparen door onze versobering als gift aan de vastenactie meegeven. Dit alles zou God behagen, maar waarom is het dan nodig God gunstig te stemmen? Met andere woorden, zijn wij mensen dan zo slecht en verkeerd bezig dat we ieder jaar weer boete moeten doen om God gunstig te stemmen en zo Zijn toorn af te wenden? In de christelijke traditie is zonde een beladen term. Ik denk dat de meeste mensen het niet meer zo zullen of willen zien. We willen onszelf niet meer als zondige, slechte mensen zien. In de christelijke traditie is zonde een beladen term. Aan de ene kant heeft de katholieke kerk voor een optelvroomheid gezorgd. Slechte daden en gedachten konden worden gecategoriseerd als dagelijkse zonde, zware zonde of doodzonde. Je kon ze dan biechten en vervolgens kon de priester je vertellen welke penitentie je moest verrichten om je lijstje van zonden weer schoon te vegen. Veelvuldig bidden en de mis bezoeken was een vorm van penitentie en natuurlijk moeten we ook het geven van geld niet vergeten. De protestantse traditie heeft met deze biechtpraktijk afgerekend, vooral door het besef van Luther dat ieder mens zondig is, maar ook meteen gerechtvaardigd door Christus’ dood en verrijzenis. Daar komt Calvijns leer van de uitverkiezing nog bij. Je wordt als mens door God uitverkoren tot een godvruchtig leven. Het is immers allemaal genade. Helaas heeft deze zondebeleving niet vaak tot vreugde geleid, maar vooral tot een negatieve kijk op ons menszijn, het idee dat het aardse bestaan sowieso al slecht is en wij misschien mogen hopen op genade van God. Dit beeld staat wel erg ver van de liefdevolle Vader die de God van Jezus is.
Beide tradities kennen dus een eenzijdige manier van omgaan met zonde en met de ontkerkelijking werd al snel afstand genomen van enig zondebesef. Dit wordt duidelijk als we kijken naar de huidige katholieke biechtpraktijk. Sinds de biecht niet meer verplicht is, wordt er niet meer gebiecht en bij veel kerkdiensten wordt ook de schuldbelijdenis achterwege gelaten. Het woord zonde wordt snel geassocieerd met een lege biechtpraktijk of een zware, moraliserende en vooral negatieve levenshouding. Het kan voor mensen dan ook moeilijk zijn om hier in de kerk straks naar voren te komen en het askruisje te ontvangen. Het is dan weer de kerk die mensen tot zondaars bestempeld en je duidelijk maakt dat je niet van het leven mag genieten. Maar dat is niet de bedoeling van Aswoensdag of van de Veertigdagentijd. Het is niet de bedoeling van de kerk of het evangelie om mensen als zondige mensen door de knieën te laten gaan en ze elke levensvreugde te ontnemen. Juist niet; het evangelie is een blijde boodschap die bevrijdt, die vertelt dat God wil dat we zijn volk zijn en bezit nemen van Zijn koninkrijk. Maar daarmee is niet alles gezegd. Net zoals een te pessimistische kijk op de mens niet juist is, moeten we ook niet in het optimisme van de cultuur van vandaag verzanden. We moeten ook realistisch zijn en niet de ogen sluiten voor alle slechtheid en ellende in de wereld. We hoeven maar het nieuws aan te zetten en we zien geweld, armoede, vernietiging en onderdrukking. We moeten ook niet de ogen sluiten voor wat ons eigen aandeel daarin is. Als we realistisch naar onszelf kijken, dan kunnen we niet om onze eindigheid, ons falen en zelfs onze zondigheid heen. Slechte gedachten, gevoelens en daden van onszelf, die we bewust hebben, maar ook het meegaan in een cultuur die lijden en onderdrukking veroorzaakt voor anderen. Daarom is het volgens mij geheel terecht dat we op Aswoensdag ons met
as bestrooien, dat we ons bewust worden van onze eindigheid en zondigheid.
Maar daar mag het niet bij blijven, want juist dan leidt zondebesef tot
een gebukt gaan onder de zonde. Dat heeft geen zin en dat wordt niet van
ons gevraagd, Het besef van ons falen moet samengaan met verandering.
Dat zetten we in door te vasten. We nemen afstand van de luxe die we hier
in de wereld hebben en die ten koste gaat van het milieu en de mensen
in andere delen van de wereld. We delen in de armoede die andere mensen
continu ervaren en we ervaren aan onszelf dat verandering van ons levenspatroon
mogelijk is. We maken ons los uit het oude en door gebed en bezinning
kunnen we ons leven opnieuw richting geven. Conclusie In de veertigdagentijd worden we ons bewust van onze zonden, maar vanuit
de hoop dat herstel van de fouten mogelijk is. Laten we het askruisje ontvangen als teken dat we onze zondigheid onder ogen durven komen en vertrouwen op verandering. We beginnen zo aan het ritueel van de as. We bestrooien onszelf met as als teken van bekering. Dat we ons bewust zijn van onze tekortkomingen, van onze zonden, en dat we willen veranderen, dat we geloven dat God ons kan omvormen meer naar Zijn beeld en gelijkenis. Laten we dan met dat besef en die hoop op verandering het asritueel ondergaan. |
||