![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
| Geloof is geen oplossing voor de dood | |||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Preek van pastoor Remco Robinson ter gelegenheid van Allerheiligen/Allerzielen 2008 Is het niet moeilijk om te luisteren naar schriftlezingen die zeggen dat de Heer genadig is, dat zijn ontferming geen grenzen kent. ‘Goed is de Heer voor wie Hem zoekt en alles van Hem verwacht’. ‘slechts met tegenzin brengt Hij leed en rampspoed over de mensen’. Op het moment dat we onze doden gedenken, vraagt de kerk ons dit te lezen. De woorden van het evangelie zeggen ons dat wie in Jezus gelooft, eeuwig leven heeft. Dan moet er toch iets mis zijn met het geloof van de mensen die in het intentieboek staan. Wat we ook geloven, eeuwig leven hebben we niet. Iemand vertelde eens dat een niet-gelovige buurman naar aanleiding van sterfgeval had gezegd: “Dat lijkt me nou zo gemakkelijk. Jij hebt dan tenminste nog je geloof.” Verontwaardigd antwoordde ze: “Alsof wij dan geen pijn meer voelen.” Het is verbazingwekkend hoe weinig het geloof ons soms kan troosten. De pijn van het verlies wordt er niet minder van. Ook als gelovige mensen zelf oog in oog met de dood staan, dan biedt het geloof lang niet altijd hulp. Vaker verdwijnt ze als sneeuw voor de zon en is er twijfel over alles wat we geloofden. Geloof dat de dood ontkent De psycholoog Kübler-Ross schreef eens dat niemand zijn eigen dood kan denken of misschien liever beseffen. Het idee dat je er echt niet meer bent, is moeilijk voor te stellen. Dat is misschien de verklaring dat mensen de dood altijd ontkennen, vooruit schuiven. We zien haar liever niet onder ogen. Ook in het geloof is de dood een probleem. Steeds meer mensen geloven in reïncarnatie. Dat is natuurlijk de ontkenning van de dood bij uitstek. Je gaat wel dood, maar je komt toch weer terug. Ook het christendom is een ster in het ontkennen van de dood. Na de dood verdwijn je niet, maar blijf je bestaan. Het protestantisme gelooft dat je voorbestemd bent voor de hemel of de hel. Het katholicisme heeft daar in de Middeleeuwen nog een variant aan toegevoegd, het vagevuur. Het was toch ondenkbaar dat je zo maar naar de hemel kon gaan. Iedereen doet immers wel eens iets verkeerds. Aan de andere kant bood de hel ook zo weinig perspectief. Het vagevuur was dan een mooie middenweg, waar je er nog wat aan kon doen. Door te bidden voor de overledene kon je jaren aan branden in het vagevuur kwijtraken. Allerzielen is hier natuurlijk een speciale vorm van. Een dag dat voor alle zielen gebeden mag worden in de hoop dat ze toch in de hemel kunnen komen. Geloof dat niet troost Tegenwoordig weten we niet zo zeker meer wat er na de dood volgt, of er wel wat volgt. Ik proef bij veel mensen wel een bepaalde vage voorstelling van een vredig voortbestaan in een soort van dodenrijk. Maar wat we ook geloven en in welke mate van zekerheid, de pijn blijft. Het gebeurt vaak dat mensen uit deze vage voorstelling van een hiernamaals geen troost kunnen putten. Misschien komt het, omdat het allemaal voorstellingen en ideeën, die voorbij gaan aan de dood. Met dit geloof ga je voorbij aan het gemis, aan de lege plaats aan tafel of aan de verwachtingen die nooit meer waar zullen worden. Wat we misschien veel meer nodig hebben dan ideeën over het hiernamaals, is een geloof over de dood zelf. Een geloof waarin de pijn en het gemis centraal staan. Hoe gelovig met de dood om te gaan? Maar waar vinden we zo’n geloof dat ook de dood zelf serieus neemt. Een geloof dat niet te snel van Goede Vrijdag naar Paasmorgen gaat. Kortom een geloof dat aansluit bij onze eigen ervaring van pijn en gemis. De klacht In de Bijbel vinden we op een aantal plaatsen ruimte voor pijn in het geloof. Met name in het boek Klaagliederen, waaruit we vandaag gelezen hebben, maar ook in de Psalmen en het boek Job. Het is in dit geval jammer dat we maar zo’n klein deel van het boek Klaagliederen hebben kunnen lezen, want nu hebben we juist een hoopvol stukje gelezen. Het is een deel van het derde lied. Dit lied staat in het midden van het boek en vormt daarmee de kern. Er is een ik-figuur aan het woord, die eerst zijn of haar leed klaagt, maar die in het midden vertrouwen uit. In dit lied verwerkt de gelovige mens de tragiek in haar leven. Eerst klaagt zij haar leed om daarna weer tot vertrouwen te komen. Er volgt een overdenking en een schuldbelijdenis. De brief eindigt met een klacht en een gebed. Ook in de Psalmen en het boek Job vinden we het uiten van klachten aan het adres van God om daarna weer tot vertrouwen in God te komen. Verwijten als minimale relatie Het klagen, het uiten van verdriet, pijn en verwijten heeft dus een plaats, helaas een wat vergeten plaats in onze geloofstraditie. Tegenwoordig wordt er alleen gevloekt als klacht, maar het zelf woorden vinden voor je pijn, je boosheid in eigen woorden uiten aan het adres van God, dat durven we vaak niet. Waarom heeft het klagen een plaats in de Bijbel gevonden? Omdat geconfronteerd met zoveel ellende en tragiek zoals de bewoners van Jeruzalem bij de vernietiging van hun stad met moord, hongersnood en deportatie hebben ervaren, weinig andere ruimte voor geloof laat. Het klagen is dan de enige communicatie die men met God kan hebben. Het normale gebed is niet mogelijk totdat het verdriet en de pijn geuit zijn. Het alternatief is het verlies van de relatie met God en dus het verlies van het geloof. Wanneer we meer ruimte zouden kunnen maken voor het uiten van onze pijn en verdriet aan het adres van God, dan zouden we wellicht minder moeite hebben ons geloof te behouden. De dood niet voorbij gaan De dood zien we niet graag onder ogen. Ook als gelovige mensen niet. Ons geloof wil snel aan de dood voorbij gaan en er een hiernamaals, nieuw leven voor in de plaats geven. Toch is dat niet voldoende. Ook als we geloven dat de doden in Gods hand zijn en dat is de hoop die als christenen mogen hebben, dan nog is er de pijn en het verlies. Daarom mag ons geloof niet aan de dood voorbij gaan. Ook voor de gelovige christen blijft de dood een probleem dat niet ontkend mag worden. Het evangelie vertelt ons niet over de verrijzenis voordat Jezus zijn lijden en dood heeft ondergaan. Wanneer we dat onder ogen zien, dan kunnen we beseffen dat Jezus de dood niet wegneemt. Wel zien we dat we niet alleen zijn. Ook Jezus heeft geleden en is gestorven én ook Hij heeft getwijfeld, wilde er vanaf zien. Wanneer we in ons geloof de ruimte vinden om ons leed te klagen, ons verdriet te uiten aan God, dan kunnen we misschien met de spreker van de Klaagliederen zeggen: Elke morgen schenkt Hij weldaden. –Veelvuldig blijkt uw trouw! |
||