![]() |
Oud-Katholieke
Parochie
|
||
Tien melaatsen |
|||
|
Worden bankiers gesteund door het evangelie? Petrus en Paulus: totaal verschillend Wij zijn een bouwwerk van de Geest Het ontvangen van de communie is een opdracht Veertigdagentijd: er even tussenuit Het kerstverhaal anders verteld Kerstmis: de bevrijding is begonnen Geloven is niet mogelijk zonder ervaring Maria Magdalena, de apostelgelijke Mijn juk is zacht, mijn last is licht Geen consumenten maar een herderlijk volk Geen bevrijding zonder bekering Kunnen we weer leven in de geest van het martelaarschap? Willen wij nog wel leiding ontvangen? We verrijzen nu al uit de dood "Wees blijde temidden van het lijden" Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis) Kind dopen antwoord op openbaring God Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? De rijke man en de arme Lazarus De eerste en de laatste plaats |
Preek van pastoor Remco Robinson, 14 oktober BoodschapGebedsgenezing is niet alleen lichamelijke genezing, maar leven in verbondenheid met Jezus. InleidingAfgelopen vrijdag presenteerden de Charismatische Werkgemeenschap Nederland en de Nederlandse Lucasorde een gezamenlijke verklaring over gebedsgenezing. Beide organisaties willen graag dat de Protestantse en de Rooms-katholieke kerk de gebedsgenezing meer gaan waarderen. Dat geloof en gezondheid samen gaan is al lang niet meer vanzelfsprekend. Een arts en een pastoor waren eens in discussie over de duur van hun studie. De arts was verontwaardigd, omdat de pastoor 6 en een half jaar studiefinanciering kreeg, terwijl hijzelf het met 5 jaar moest doen. ‘En jullie redden niet eens levens!’ zei de arts. Waarop de pastoor droog opmerkte: ‘Jij ook niet. Je stelt alleen de dood uit. Wij redden mensen voor het eeuwige leven.’ ProbleemstellingDe evangelielezing van vandaag gaat ook over gebedsgenezing. Als we het evangelie volgen, dan had de pastoor zeker gelijk. In die tijd was er geen arts die huitvraat kon genezen, maar het geloof in Jezus maakte de 10 melaatsen kern gezond. Toch is er maar 1 die de moeite neemt om Jezus te bedanken. Jezus stelt dit aan de kaak, maar tegen de Samaritaan zegt Hij ‘Sta op en ga. Uw geloof heeft U gered.’ Die laatste zin is een zending, die eerder ‘Ga mee!’ dan ‘Ga heen!’ betekent. Tegenover 9 Joodse melaatsen die Jezus niet bedanken, staat die ene Sameritaan die Jezus wel eer bewijst. Er zijn meer verhalen over Joden die niet het geloof in Jezus aannemen, maar niet-joden wel. Het is een frustatie van de eerste volgelingen van Jezus. De Joden, voor wie Jezus’ boodschap als eerste bedoeld was, nemen deze boodschap niet aan. Heidenen, niet-joden, doen dit wel. Zelfs nadat ze het wonder zelf hebben gezien, komen de 9 melaatsen niet tot geloof in Jezus. Bijna iedereen van ons is heiden-christen. We kunnen ons dus comfortabel op de borst kloppen en zeggen: wij behoren tot de groep die de booschap wel heeft aangenomen. Maar misschien is dat te gemakkelijk. De vergelijking tussen heidenen toen en nu gaat mank. Het is niet vanwege hun Joods-zijn dat de 9 melaatsen het geloof in Jezus niet aannemen. Er is iets anders aan de hand. Waar het om gaat is dat de 9 melaatsen wel tot de heersende religieuze orde behoorden en de Samaritaan niet. ArgumentatieIn feite behoren wij net zo goed tot de heersende religieuze orde als de 9 Joodse melaatsen, hoewel het christendom minder een meerderheidsgodsdienst is dan vroeger. Wanneer je tot de heersende religieuze orde behoort, dan heb je vaak vaststaande geloofsoopvattingen. De Joden in Jezus’tijd hadden vaststaande ideeën over de bevrijding van Israël. De Saduceeën geloofden dat vooral de tempeldienst behouden moest blijven om door God gered te worden. De Farizeeën geloofden in het streng opvolgen van de Wet en de Zeloten gebruikten geweld om de Romeinen te verdrijven. De redding die Jezus brengt, voldoet niet aan die verwachtingen. De redding die Jezus voorstaat is geweldloos, niet speciaal tegen de Romeinen gekeerd, gaat voorbij aan de tempeldienst en Jezus interpreteert de Wet ruim. God liefhebben en je naaste als jezelf is voor Hem de sleutel om met de Wet en de tempeldienst om te gaan. De liefde gaat voor. Jezus frustreert daarmee de Joodse verwachtingen, maar voor de niet-Joden is het een bevrijding. Wij als kerkgangers behoren zoals ik al zei, tot de heersende religieuze orde. Degenen die al tientallen jaren Oud-katholiek zijn, kennen ons geloof van haver tot gort, hebben er hun eigen ideeën over en vinden dat dit geloof om bepaalde redenen aan hun verwachtingen voldoet. Vreemdgenoeg hoort gebedsgenezing hier niet meer bij. De meeste mensen uit de grote kerken in Nederland verwachten niet dat iemand zal genezen door gebed of bijvoorbeeld door de ziekenzalving. We spreken dan vaak van sterken en ondersteunen. Menig pastor durft het woord genezing niet meer in de mond te nemen. Aan de andere kant zijn er groeperingen die rotsvast in genezing geloven, soms op een enge manier. Het draait dan om de woorden die Jezus in het evangelie van vandaag ook spreekt: “Uw geloof heeft u gered.” Deze woorden laten mensen vaak denken dat als ze maar hard genoeg geloven, de genezing verzekerd is. Helaas is de praktijk nog wel eens anders, wat leidt tot de omgekeerde conclusie: uw ongeloof laat u ziek blijven. Dit is natuurlijk een verschrikkelijke boodschap voor een zieke. Natuurlijk zijn er ook allerlei andere verklaringen, waarom iemand niet geneest na gebed. Op de een of andere manier moeten we uit de voeten kunnen met die uitspraak, ‘uw geloof heeft u genezen.’ Maar wil Jezus hiermee wel zeggen dat je automatisch geneest als je gelooft? Volgens mij bedoelt Hij iets anders. De persoon is immers al genezen. Jezus geeft geen verklaring waarom iemand van zijn ziekte wordt verlost. Hij geeft er betekenis aan. De genezing die jezus brengt is niet alleen maar het verdwijnen van een ziekte, maar het is een verbinding met Jezus zelf. Dit is nu precies wat tot uiting komt in de evangelielezing. 10 melaatsen worden genezen, maar bij de Samaritaan wordt de genezing verbonden aan het geloof in Jezus als de verlosser. Daarom begint Jezus zijn woorden met: ’Ga!.’ De genezing van de Samaritaan gaat samen met een bekering. De man zal nu Jezus volgen. Voor ons is geloven in gebedsgenezing moeilijk, omdat onze beelden over wat jezus voor ons betekent al vaststaan. Of we geloven niet in genezing of we geloven er vast in. Net zoals de Joden in de tijd van de apostelen staan we daardoor niet open voor de redding die Jezus echt brengt. Bidden om genezing zou eigenlijk bidden om ontferming moeten zijn, precies zoals de melaatsen aan het begin van het verhaal doen. Ze zeggen niet: ‘Jezus, genees ons!’, maar: “Jezus heb medelijden met ons.” Dat is veel opener. Je vraagt dan Jezus om naar je leven te kijken en je te helpen. Dat kan genezing van je kwaal zijn, maar nog veel belangrijker is dat je leeft in verbondenheid met Hem, je je aan Hem toevertroudt als je verlosser. ConclusieHet verhaal van de 10 melaatsen wijst ons erop dat we vaak te vaste geloofsbeelden hebben. Gebedsgenezing wijzen we snel af als onmogelijk of claimen we als een recht op genezing, omdat we in God geloven. Wonderbaarlijke genezing laat zich nooiit afdwingen, maar is een genade die ons toevalt. Maar nog groter is de genade dat we onszelf aan God mogen toevertrouwen in welke staat we ook zijn. Dat is een nog veel grotere genade. Als we onszelf aan Jezus toevertrouwen, dan kunnen we geen vaste geloofsbeelden hebben, maar staan we open voor wat God ons geeft. AfsluitingGa, uw geloof heeft u gered. Dat is Jezus’ antwoord op onze vraag: ‘Jezus, heb medelijden.’ We vragen Jezus om zich over ons te ontfermen, ons leven aan te zien en met ons mee op weg te gaan. Als christenen mogen we geloven in een God die mens werd, een God die ons leven met al het lijden dat erbij hoort, op zich heeft genomen en ons de verrijzenis in het vooruitzicht heeft gesteld. Laten wij dan gaan, want ons geloof heeft ons gered. |
||